ECLI:NL:RBARN:2012:BX8903
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte stageverklaring advocatuur wegens onvoldoende waarborg zelfstandige praktijkvoering
Eiser, beëdigd als advocaat-stagiair, voerde zijn praktijk deels in deeltijd en verlengde zijn stage tot de maximale duur van zes jaar. De Raad van Toezicht weigerde de afgifte van de stageverklaring omdat eiser niet voldeed aan de kwalitatieve beleidsregel die vereist dat een stagiair voldoende waarborgen biedt voor een behoorlijke zelfstandige praktijkvoering.
De rechtbank oordeelt dat deze beleidsregel geoorloofd is en niet in strijd met artikel 10 van Pro de Stageverordening 1988. Verweerder mocht de financiële resultaten en praktijkvoering van eiser beoordelen, waarbij werd vastgesteld dat eiser niet in staat was het minimumloon uit zijn praktijk te genereren en dat zijn financiële positie niet solide was.
Eisers bezwaren, waaronder dat de beleidsregel onredelijk is en dat hij na deeltijd werken wel voldoende inkomen behaalde, worden verworpen. De rechtbank concludeert dat de beslissing tot weigering van de stageverklaring terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Een verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de stageverklaring wordt ongegrond verklaard.