ECLI:NL:RBARN:2012:BY0257
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding autohandel
Eiser ontving bijstand sinds 2000 en had tussen 2001 en 2010 84 kentekens op zijn naam, vaak kortdurend en soms gelijktijdig, wat duidt op autohandel. Verweerder stelde dat eiser de inlichtingenverplichting schond door deze transacties niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet vastgesteld kon worden.
Na onderzoek door een sociaal rechercheur en raadpleging van het RDW concludeerde de rechtbank dat sprake was van handel in voertuigen, waarbij eiser geen administratie bijhield en geen controleerbare feiten aanvoerde die zijn recht op bijstand konden onderbouwen. Verweerder trok daarom de bijstand over diverse perioden in en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
Eiser voerde onder meer aan dat hij geen autohandel dreef en dat verweerder onzorgvuldig handelde door het bijstandsdossier niet toe te sturen, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. Ook het beroep op de zesmaandenjurisprudentie faalde omdat de inlichtingenverplichting was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht gebruik maakte van zijn bevoegdheid tot intrekking en terugvordering en wees het beroep tegen het wijzigingsbesluit ongegrond. Het beroep tegen het eerdere besluit werd niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht, eiser tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het eerdere beroep niet-ontvankelijk.