ECLI:NL:RBARN:2012:BY0540
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.B.J. Boonekamp
- R.J.J. van Acht
- M.S.T. Belt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatige overheidsdaad en bevoegdheidsuitoefening bij weigering toepassing baggerspecie
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Provincie Gelderland over de weigering van toepassing van een partij baggerspecie (melding 11056.0) in de zandwinplas Hambroek. [Eiser] vordert onder meer een verklaring voor recht dat de Provincie onrechtmatig heeft gehandeld door onbevoegd op te treden en onjuiste gronden te hanteren, alsmede schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat vanaf 1 april 2008 het Waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) bevoegd gezag is voor toepassing van grond en baggerspecie in oppervlaktewaterlichamen zoals Hambroek, en dat de Provincie in 2009 ten onrechte als bevoegd gezag heeft gehandeld. Dit onbevoegd handelen vormt een onrechtmatige daad jegens [eiser].
Echter, de rechtbank oordeelt dat het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 BW Pro niet is vervuld, omdat de geschonden norm niet strekt tot bescherming van de vermogensbelangen van [eiser]. Daarnaast was de weigering van toepassing van de baggerspecie terecht, omdat een controleonderzoek aantoonde dat de emissiewaarde voor zink werd overschreden, waardoor de partij milieuhygiënisch ongeschikt was.
Het toekomstige beleid van de Provincie om controlekeuringen uit te voeren en strengere toetsing toe te passen is niet in strijd met het Besluit bodemkwaliteit. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen; de Provincie handelde onbevoegd maar niet aansprakelijk en de weigering van toepassing baggerspecie was terecht.