ECLI:NL:RBARN:2012:BY1485
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsclausule bij te late griffierechtbetaling
De zaak betreft een procedure tussen [eiseres] en Berkenrode International B.V. waarbij [eiseres] een vordering instelde. De rechtbank Arnhem oordeelde dat het griffierecht niet tijdig was betaald door [eiseres], ondanks een termijn van vier weken na dagvaarding.
De advocaat van [eiseres] voerde aan dat de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv van toepassing zou moeten zijn, omdat de rechtbank eerder een verzoek tot rekening-courant met de maatschap van de advocaat had afgewezen en er verwarring zou zijn ontstaan door de handelwijze van de rechtbank. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden in de risicosfeer van de advocaat liggen en dat geen sprake was van verwarringwekkende informatie door de gerechtelijke administratie.
De rechtbank benadrukte dat de advocaat geacht wordt op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de gevolgen van niet-tijdige betaling. Het beroep op de hardheidsclausule faalt daarom en Berkenrode wordt ontslagen van de procedure, terwijl [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Berkenrode wordt ontslagen van de procedure wegens te late betaling van griffierecht, met veroordeling van eiseres in de proceskosten.