ECLI:NL:RBARN:2012:BY1554
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Rabobank vordert betaling ongeoorloofd debetsaldo na faillissement onderneming
Rabobank heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] wegens het ontstaan van een ongeoorloofd debetsaldo op een kredietfaciliteit die was verstrekt aan de vennootschap [gedaagde] Enterprise Solutions B.V. Deze vennootschap is in 2003 failliet verklaard en de lening is grotendeels afgelost, maar het krediet niet. Rabobank beroept zich op de hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde] voor de resterende schuld.
[gedaagde] voerde verweer, onder meer door te betwisten dat hij hoofdelijk aansprakelijk zou zijn en stelde dat er mogelijk sprake was van verjaring. Ook vroeg hij om inzage in originele contractstukken, die Rabobank niet kon overleggen omdat deze mogelijk vernietigd zijn. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde kopie van het financieringsvoorstel voldoende was om de hoofdelijke aansprakelijkheid vast te stellen.
De rechtbank verwierp het verweer van [gedaagde] dat zijn voormalige echtgenote toestemming had moeten geven of dat zij de rechtshandeling had vernietigd. Ook het beroep op verjaring faalde omdat de leningsovereenkomst was afgehandeld en de kredietvordering niet was verjaard. De gevorderde wettelijke handelsrente werd vervangen door de gewone wettelijke rente omdat de overeenkomst dateert van vóór de invoering van artikel 6:119a BW.
Ten slotte werden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen omdat deze redelijk waren en in overeenstemming met de toepasselijke algemene voorwaarden. De rechtbank veroordeelde [gedaagde] tot betaling van € 51.242,21 met wettelijke rente vanaf 4 april 2012 en tot betaling van de proceskosten van Rabobank.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 51.242,21 met wettelijke rente en proceskosten aan Rabobank.