ECLI:NL:RBARN:2012:BY1749
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vertragingsboete wegens gezag van gewijsde na eerdere civiele procedure
Eiser vordert van gedaagde een vertragingsboete wegens te late oplevering van bouwwerkzaamheden, gebaseerd op de UAV 1989. Gedaagde voert verweer dat deze vordering reeds in een eerdere civiele procedure tussen partijen is afgewezen en dat het gezag van gewijsde aan toewijzing in de huidige procedure in de weg staat.
In een tussenvonnis was dit verweer aanvankelijk als incidenteel en niet-ontvankelijkheid beoordeeld, maar de kantonrechter komt hierop terug. Hij oordeelt dat het verweer ten principale is en dat het beroep op niet-ontvankelijkheid onjuist is, aangezien een vordering die reeds door een vonnis met gezag van gewijsde is beoordeeld, moet worden afgewezen.
De kantonrechter stelt vast dat de rechtbank Arnhem in een eerder vonnis van 9 juni 2010 de vertragingsboete reeds inhoudelijk heeft beoordeeld en afgewezen wegens gebrek aan grondslag. Hierdoor is sprake van materiële verwevenheid en gezag van gewijsde, zodat de vordering in de huidige procedure wordt afgewezen. Eiser wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de vertragingsboete wordt afgewezen wegens gezag van gewijsde.