ECLI:NL:RBARN:2012:BY1758
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgtochtovereenkomst wegens oneigenlijke dwaling door particuliere borg
Op 14 oktober 2009 sloot de Gemeente Arnhem met [gedaagde sub1] een kredietovereenkomst, waarbij ook een borgtochtovereenkomst werd aangegaan met [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als borg. De kredietnemer betaalde de termijnen niet, waarna de Gemeente Arnhem de borgen aansprakelijk stelde voor het gehele bedrag.
De borgen voerden verweer dat zij oneigenlijk hadden gedwaald, omdat zij de Nederlandse taal niet machtig waren, vertrouwden op hun zoon [gedaagde sub1] en niet wisten waarvoor zij tekenden. Zij stelden dat de kredietverstrekker hen niet adequaat had geïnformeerd over de inhoud en gevolgen van de borgtochtovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de kredietverstrekker onvoldoende had aangetoond dat zij de particuliere borgen had voorgelicht over de risico’s en inhoud van de overeenkomst. Hierdoor mocht de kredietverstrekker niet gerechtvaardigd vertrouwen op de wilsovereenstemming van de borgen. De borgtochtovereenkomst werd vernietigd wegens oneigenlijke dwaling, waardoor de vordering tegen de borgen werd afgewezen.
De procedure tegen [gedaagde sub1] werd geschorst vanwege wettelijke schuldsanering. De Gemeente Arnhem werd veroordeeld in de proceskosten, welke nihil werden vastgesteld aan de zijde van de borgen.
Uitkomst: De borgtochtovereenkomst wordt vernietigd wegens oneigenlijke dwaling en de vordering tegen de borgen wordt afgewezen.