ECLI:NL:RBARN:2012:BY2263
Rechtbank Arnhem
- Hoger beroep
- A.M. van Gorp
- Rechtspraak.nl
Toewijzing tenuitvoerlegging vrijheidsbeperkende maatregel na overtreding
Op 26 september 2012 werd veroordeelde door de politierechter veroordeeld tot een gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf en een vrijheidsbeperkende maatregel, waarbij overtreding van deze maatregel leidde tot vervangende hechtenis van telkens 7 dagen. Veroordeelde werd aangehouden op 5 oktober 2012 wegens overtreding van deze maatregel op 4 oktober 2012.
De rechter-commissaris wees de vordering tot tenuitvoerlegging af omdat het vonnis niet was betekend en er geen bewijs was dat veroordeelde op de hoogte was van het vonnis. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in, stellende dat het vonnis op tegenspraak was gewezen en betekening niet vereist was volgens artikel 366, tweede lid, sub c Sv.
De politierechter oordeelde dat de rechter-commissaris op iets anders had beslist dan gevorderd, dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar was en dat veroordeelde door zijn handelen het risico liep niet direct op de hoogte te zijn van het vonnis. Veroordeelde had zich laten vertegenwoordigen door een raadsman die hoger beroep instelde, waardoor hij zelfstandig informatie had kunnen verkrijgen.
De politierechter vernietigde de beslissing van de rechter-commissaris en gelastte de tenuitvoerlegging van 7 dagen hechtenis wegens overtreding van de vrijheidsbeperkende maatregel. De beslissing werd genomen door politierechter A.M. van Gorp op 31 oktober 2012.
Uitkomst: De politierechter gelast de tenuitvoerlegging van 7 dagen hechtenis wegens overtreding van de vrijheidsbeperkende maatregel.