ECLI:NL:RBARN:2012:BY2368
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Schorsing van beslag op AOW-uitkering wegens onduidelijkheid woonplaats en beslagvrije voet
Eiseres ontving een AOW-ouderdomspensioenuitkering en werd geconfronteerd met beslaglegging door de ontvanger van de Belastingdienst op grond van artikel 19 Invorderingswet Pro 1990. De ontvanger hield geen rekening met de beslagvrije voet omdat eiseres in België woonde. Eiseres stelde dat zij sinds 12 september 2012 in Nederland woonde en verzocht om toepassing van de beslagvrije voet.
De rechtbank oordeelde dat voor september 2012 onvoldoende aannemelijk was dat eiseres een vaste woonplaats in Nederland had, mede omdat zij tijdelijk verbleef in een hotel/restaurant en als woningzoekende stond ingeschreven. Vanaf 1 oktober 2012 was echter sprake van een vaste woonplaats in Nederland. De beslagvrije voet dient dan toegepast te worden, maar de hoogte kon niet exact worden vastgesteld vanwege onduidelijkheid over de inkomsten van eiseres en haar echtgenoot.
De rechtbank besloot het beslag te schorsen tot de helft van de beslagvrije voet verminderd met een tiende deel daarvan, conform artikel 19 IW Pro 1990 en artikel 475d Rv. Deze schorsing geldt totdat de bevoegde bodemrechter anders beslist in een verzetprocedure die eiseres binnen één maand moet instellen. De schorsing vervalt als de verzetprocedure niet binnen een maand wordt gestart of als binnen achttien maanden geen einduitspraak is gedaan. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het beslag op de AOW-uitkering wordt geschorst tot de helft van de beslagvrije voet verminderd met een tiende deel, onder voorwaarden voor verzet en termijn.