ECLI:NL:RBARN:2012:BY2398
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Nederlandse rechter niet bevoegd bij arbeidsgeschil werknemer Engelse werkgever woonachtig in Nederland
Een werknemer woonachtig in Nederland vordert loonbetaling en wedertewerkstelling van zijn Engelse werkgever. De werknemer was sinds 1998 in dienst en vervulde hoge functies binnen de onderneming, terwijl hij sinds 1997 in Nederland woonde. De werkgever heeft geen vestiging in Nederland.
De kantonrechter beoordeelt de rechtsmacht aan de hand van artikel 19 EEX Pro-Verordening en het feitelijke centrum van de werkzaamheden. Hoewel de werknemer stelt dat hij bijna de helft van zijn tijd in Nederland werkte, acht de rechter dit niet aannemelijk vanwege de weekenddagen en het gezinsleven. De meeste werkzaamheden vonden plaats in Engeland.
De rechter concludeert dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid heeft op grond van artikel 19 EEX Pro-Verordening en ook niet op grond van artikel 31 EEX Pro-Verordening voorlopige maatregelen kan treffen. De vorderingen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen van de werknemer en wijst deze af.