ECLI:NL:RBARN:2012:BY5786
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Verantwoordelijkheid voor conversie arbeidsovereenkomst bij payrolling en financiële gevolgen
De zaak betreft een geschil tussen Lowland Binnenvaart B.V. en J&J Nautical Projects B.V. over de vraag wie verantwoordelijk is voor de conversie van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd door meer dan drie stilzwijgende verlengingen. Lowland had de payroll-functie van een kapitein op zich genomen totdat een personeels-BV zou worden opgericht, maar deze oprichting duurde langer dan verwacht.
Lowland bracht J&J facturen in rekening voor de periode van maart tot en met oktober 2011 en daarna voor de maanden november 2011 tot maart 2012. J&J betaalde de factuur van oktober 2011 niet en stelde dat de verlengingen niet correct waren en dat er teveel verlofdagen waren opgenomen. Lowland vorderde betaling en legde conservatoir derdenbeslag.
De rechtbank oordeelde dat Lowland als payrollingbedrijf verantwoordelijk was voor de juiste vastlegging van de arbeidsrelatie en de gevolgen van de conversie van het contract. Lowland had J&J moeten waarschuwen voor het risico van conversie bij stilzwijgende verlengingen, wat niet was gebeurd. Daarom moest Lowland de financiële gevolgen dragen en kon zij de facturen over november 2011 tot maart 2012 niet op J&J verhalen.
Wel moest J&J de factuur over oktober 2011 betalen, omdat de kapitein toen daadwerkelijk werkte. Het beslag werd opgeheven en Lowland werd veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd een dwangsom opgelegd aan Lowland voor het niet opheffen van het beslag.
Uitkomst: Lowland draagt de financiële gevolgen van de conversie en J&J moet de factuur over oktober 2011 betalen; het beslag wordt opgeheven.