ECLI:NL:RBARN:2012:BY8436
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring op grond van Duits recht
In deze civiele procedure tussen Albea Deutschland GmbH en Eurovite Nederland B.V. stond de vraag centraal of de vordering van Albea tot schadevergoeding wegens niet-nakoming van een overeenkomst was verjaard onder Duits recht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verjaringstermijn drie jaar bedraagt en begint aan het einde van het jaar waarin de vordering ontstaat en de schuldeiser op de hoogte is van de relevante feiten en de schuldenaar.
De feiten wezen uit dat Albea al op 5 oktober 2007 wist dat Eurovite de overeenkomst niet wilde nakomen, omdat Eurovite de order annuleerde terwijl Albea al grondstoffen had ingekocht. De verjaringstermijn begon daarom op 31 december 2007. Er was discussie over de zogenaamde Hemmung (stuiting) van de verjaring door onderhandelingen, waarbij Eurovite stelde dat deze 66 dagen duurde.
De rechtbank nam aan dat de Hemmung inderdaad 66 dagen bedroeg, waardoor de verjaringstermijn eindigde 66 dagen na 31 december 2010. Aangezien de dagvaarding pas op 18 mei 2011 werd uitgebracht, was de vordering verjaard. Albea werd veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op €2.918,00 plus wettelijke rente. Het vonnis werd gewezen door mr. D.T. Boks op 12 december 2012.
Uitkomst: De vordering van Albea is naar Duits recht verjaard en wordt afgewezen.