ECLI:NL:RBARN:2012:BY9276
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens beëindiging loonkostensubsidie zonder vergoeding
Werknemer trad in 2001 in dienst bij VluchtelingenWerk Gelderland in een functie gefinancierd via een loonkostensubsidie onder de ID-regeling. Deze regeling beoogt langdurig werklozen een arbeidsplaats te bieden met subsidie, waarbij de werknemer voor onbepaalde tijd wordt aangenomen.
VluchtelingenWerk Gelderland moest reorganiseren vanwege krapper wordende budgetten en ontving geen middelen om het dienstverband voort te zetten zonder subsidie. De subsidie voor werknemer werd per 1 januari 2013 beëindigd. Hoewel een ontslagvergunning was verkregen voor ID-medewerkers, gold voor werknemer een opzegverbod vanwege ondernemingsraadslidmaatschap. VluchtelingenWerk stelde dat dit geen verband hield met het ontslag en dat geen vergoeding hoefde te worden betaald, omdat ook andere ID-werknemers geen vergoeding ontvingen.
Werknemer voerde aan dat herplaatsing onvoldoende was onderzocht en dat het onredelijk was geen vergoeding te ontvangen, vooral omdat reguliere werknemers wel een vergoeding kregen. De kantonrechter oordeelde dat het ontbindingsverzoek niet verband hield met het opzegverbod en dat het beëindigen van de subsidie een omstandigheid is die redelijkerwijs niet voor rekening van de werkgever komt. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 januari 2013 zonder vergoeding toe te kennen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 januari 2013 zonder vergoeding wegens beëindiging loonkostensubsidie.