ECLI:NL:RBARN:2012:BY9352
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering boscompensatie wegens verjaring en nietigheidsoverwegingen
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Ede en een kampeerterreinexploitant over een overeenkomst uit 2002 waarin een vergoeding voor boscompensatie werd afgesproken. De gemeente vorderde betaling van het restantbedrag van €138.903,50, vermeerderd met rente en incassokosten. De gedaagde voerde verjaring aan en stelde dat de overeenkomst nietig of vernietigbaar was wegens strijd met de openbare orde en dwaling.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van de gemeente verjaard was omdat de betalingstermijn niet was gestuit door erkenning. De brief van de advocaat van de gedaagde uit 2008 werd niet als erkenning beschouwd. De rechtbank verwierp ook het beroep op nietigheid omdat de overeenkomst niet in strijd was met de openbare orde en de boscompensatieverplichting voortvloeide uit provinciale richtlijnen, niet uit gemeentelijke heffingen.
Verder werd het beroep op vernietiging wegens dwaling afgewezen omdat het doel van de overeenkomst, het verkrijgen van toestemming voor uitbreiding, was bereikt en de gestelde dwaling niet aannemelijk was. De vorderingen van beide partijen werden afgewezen en zij werden elk veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De vordering van de gemeente tot betaling van het restant boscompensatie is afgewezen wegens verjaring; de nietigheids- en vernietigingsgronden van de overeenkomst zijn verworpen.