ECLI:NL:RBARN:2012:BY9483
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- M.L.J.C. van Emden-Geenen
- R.J.B. Boonekamp
- Rechtspraak.nl
Nietigheid hypotheekrecht wegens verboden strekking en veroordeling tot royement
De zaak betreft een geschil over hypotheken gevestigd op het onverdeelde aandeel in een woning behorende tot de nalatenschap van wijlen de heer [erflater]. De eiser, mede-erfgenaam, vordert onder meer dat de hypotheekrechten die ten behoeve van de advocaat van de erven en een derde zijn gevestigd, worden geroyeerd wegens strijd met artikel 3:43 BW Pro, dat het verkrijgen van goederen waarover een geding aanhangig is verbiedt.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hypotheken dezelfde verboden strekking hebben en daarom nietig zijn. Ook het beroep op artikel 3:177 BW Pro slaagt, omdat bij toedeling van de woning aan eiser het hypotheekrecht vervalt. De rechtbank wijst de vorderingen toe die zien op het royement van het hypotheekrecht, het verbod op het vestigen van nieuwe rechten met dezelfde strekking en de veroordeling tot betaling van dwangsommen.
Daarnaast wordt geoordeeld dat het Kadaster niet kan worden bevolen om inschrijvingen te weigeren, omdat de bewaarder lijdelijk is en moet inschrijven indien de stukken aan de wettelijke eisen voldoen. De proceskosten worden grotendeels aan de zijde van eiser toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot royement van het hypotheekrecht toe en veroordeelt tot medewerking en betaling van dwangsommen.