ECLI:NL:RBASS:2000:AA8391

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
23 oktober 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
19.021106/00
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. de Wit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 184 SrArt. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 33 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens opzettelijk belemmeren van snelheidscontrole met lasershield

Op 28 juli 2000 heeft verdachte in de gemeente Emmen opzettelijk de snelheidscontrole van zijn voertuig belemmerd door het gebruik van een lasershield, een apparaat dat het meten van de snelheid met een lasergun onmogelijk maakt. De politierechter achtte bewezen dat verdachte zich bewust was van de werking van het apparaat en dat het doel was om snelheidscontroles te frustreren.

Verdachte stelde ter terechtzitting dat hij niet op de hoogte was van de werking van het apparaat en dat zijn intentie was om geattendeerd te worden op de maximumsnelheid en zijn snelheidsmeter te controleren. Dit verweer werd door de politierechter verworpen op grond van de inhoud van een brief van de importeur en de verklaring van verdachte zelf.

De politierechter kwalificeerde het feit als het opzettelijk belemmeren van een ambtenaar belast met het opsporen van strafbare feiten bij de uitvoering van een wettelijk voorschrift, strafbaar gesteld in artikel 184 Sr Pro. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 500 gulden, met een vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-betaling, en de verbeurdverklaring van de in beslag genomen lasershields.

De politierechter hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte, die niet eerder was veroordeeld. Een ander in beslag genomen apparaat werd teruggegeven aan verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 500 gulden en verbeurdverklaring van de lasershields wegens opzettelijk belemmeren van een snelheidscontrole.

Uitspraak

parketnummer: 19.021106/00
uitspraak dd.: 23 oktober 2000
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ASSEN
STRAFVONNIS van de politierechter in bovengenoemde rechtbank in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte],
geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] 1944,
wonende te [woonplaats]
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2000.
De verdachte is ter terechtzitting verschenen.
1. TENLASTELEGGING
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
verdachte op of omstreeks 28 juli 2000, in de gemeente Emmen, opzettelijk enige handeling, door een of meer opsporingsambtenaren van Regiopolitie Drenthe, zijnde (een) ambtena(a)r(en) belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, te weten de controle op de naleving van de bepalingen bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, en als zodanig doende met de controle op de naleving van de maximumsnelheid met behulp van een snelheidsmeetmiddel (lasergun), heeft belet en/of belemmerd en/of verijdeld, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk, door gebruik te maken van een lasershield, de meting van de snelheid van het door verdachte bestuurde voertuig onmogelijk gemaakt.
2. BEWEZENVERKLARING
De politierechter heeft door de inhoud van de bewijsmiddelen, waarop de hierna te vermelden beslissing steunt, de overtuiging verkregen, en acht wettig bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij op 28 juli 2000 in de gemeente Emmen, opzettelijk enige handeling door opsporingsambtenaren van Regiopolitie Drenthe, zijnde ambtenaren belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, te weten de controle op de naleving van de bepalingen bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, en als zodanig doende met de controle op de naleving van de maximumsnelheid met behulp van een snelheidsmeetmiddel (lasergun), heeft belet en belemmerd en verijdeld, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk, door gebruik te maken van een lasershield, de meting van de snelheid van het door verdachte bestuurde voertuig onmogelijk gemaakt.
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.
3. NADERE BEWIJS-OVERWEGING (t.a.v. "opzettelijk belemmeren")
Verdachte heeft ter terechtzitting gesteld dat hij niet op de hoogte was van de werking van een lasershield en dus niet bewust de snelheidscontrole onmogelijk heeft willen maken. Zijn doel was geattendeerd te worden op de geldende maximum snelheid en zijn snelheidsmeter nog eens te verifiëren.
De politierechter kan verdachte in deze niet volgen. Hij acht het vaststaand dat degene, die een dergelijk voorwerp laat inbouwen, zich op de hoogte heeft gesteld van de werking in hoofdlijnen. Die werking wordt in de brief van 25 september jl. door de importeur samengevat: "bemoeilijken van een lasersnelheidsmeting, door het uitstralen van een diffuus licht". Verdachte heeft op 28 juli 2000 verklaard dat hij weet dat dit apparaat een soort diffuus licht verspreidt. Het beter omgaan met maximum snelheden en de snelheidsmeter wordt met dit middel alleen bereikt op de momenten van snelheidscontrole en daarom acht de politierechter het aannemelijk dat bij verdachte de bescherming tegen snelheidscontroles voorop heeft gestaan.
De politierechter acht aldus bewezen dat verdachte zich bewust is geweest van de waarschijnlijkheid dat hij snelheidscontroles belemmert door het in gebruik hebben van een lasershield.
4. KWALIFICATIE
Het bewezene levert op:
"Opzettelijk enige handeling door een ambtenaar belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten ter uitvoering van een wettelijk voorschrift beletten, belemmeren en verijdelen.",
strafbaar gesteld bij artikel 184 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
5. STRAFBAARHEID
De politierechter acht verdachte te dezer zake strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
6. STRAFMOTIVERING
De politierechter neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:
- de aard en de ernst van het gepleegde feit;
- de omstandigheden waaronder dit is begaan;
- hetgeen de politierechter is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;
- de inhoud van het verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 27 september 2000, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld;
De politierechter heeft bij de vaststelling van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate, waarin de politierechter dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte, zonder dat aannemelijk is geworden dat deze daardoor in inkomen en vermogen onevenredig wordt getroffen.
7. MOTIVERING BIJKOMENDE STRAF
De politierechter acht de hierna te vermelden inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar voor de op te leggen bijkomende straf van verbeurdverklaring, aangezien het voorwerpen zijn met behulp van welke het feit is begaan en blijkens gedane opgave deze voorwerpen aan verdachte toebehoren.
8. TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN:
De politierechter heeft mede gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht.
9. DE BESLISSING VAN DE POLITIERECHTER LUIDT:
verklaart bewezen, dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door verdachte is begaan;
stelt vast, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld;
verklaart verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt verdachte te dier zake tot:
betaling van een geldboete ten bedrage van f.500,--, met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen voorwerpen, te weten: 2 lasershields, zwart van kleur.
gelast de teruggave aan veroordeelde van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten 1 Stinger Ventura, zwart van kleur.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Wit, politierechter, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de politierechter op maandag, 23 oktober 2000.-