ECLI:NL:RBASS:2001:AB0824
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning gedenksteen Armeniërs op begraafplaats Assen
De zaak betreft het geschil over het plaatsen van een gedenksteen ter herdenking van omgekomen Armeniërs in de jaren 1910-1920 op een begraafplaats in Assen. De aanvrager kreeg medewerking van de gemeente, maar eiser en eiseres maakten bezwaar tegen dit besluit. Eiser stelde dat de termijn voor beroep overschreden was en dat hij belanghebbende was, terwijl eiseres stelde dat zij wel belanghebbende was en dat procedurefouten waren gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een processueel belang, omdat de mededeling van medewerking geen concreet besluit tot plaatsing inhield. Ten aanzien van eiseres oordeelde de rechtbank dat zij geen belanghebbende was bij het besluit, omdat haar doelstellingen en feitelijke werkzaamheden zich richten op de moslimgemeenschap en niet op het geschil rond de gedenksteen.
Daarom had de gemeente het bezwaar van eiseres niet mogen ontvangen en was het bestreden besluit van 22 november 2000 vernietigbaar. De rechtbank veroordeelde de gemeente Assen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Assen op 30 maart 2001.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van eiseres gegrond, waarbij het besluit van 22 november 2000 is vernietigd.