ECLI:NL:RBASS:2004:AO4288
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. Münzebrock
- J.A.A.M. van Veen
- W.M. van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Doodslag op echtgenote door hoogbejaarde verdachte met verminderde toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Assen heeft op 25 februari 2004 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van het opzettelijk doden van zijn echtgenote. Uit het sectierapport van het NFI bleek dat het slachtoffer was overleden aan een combinatie van inwendige bloedingen en verwurging, met onder meer een gebroken wervelkolom en zes gebroken ribben. Verdachte had verklaard woedend te zijn geworden en zijn vrouw met kracht op het bed te hebben gedrukt en haar keel te hebben dichtgeknepen.
Hoewel verdachte zijn betrokkenheid bij de dood van zijn vrouw ontkende en tegenstrijdige verklaringen aflegde, achtte de rechtbank bewezen dat hij haar met opzet had gewurgd en mishandeld. De rechtbank verwierp het verweer dat het overlijden het gevolg was van een val tegen een boekenkast. De psychiater en psycholoog van het Pieter Baan Centrum concludeerden dat verdachte door een geestelijke stoornis slechts in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar was.
De rechtbank hield rekening met de hoge leeftijd van verdachte en zijn eerdere onbesproken verleden, maar vond dit onvoldoende om de straf te beperken tot de tijd die hij reeds in voorarrest had doorgebracht. Gezien de ernst van het feit en de stelselmatige mishandeling oordeelde de rechtbank dat een gevangenisstraf van één jaar passend was. De tijd in voorlopige hechtenis werd hierop in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf voor doodslag op zijn echtgenote met aftrek van voorlopige hechtenis.