ECLI:NL:RBASS:2004:AO5157
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- W.M. van Schuijlenburg
- O.J. Bosker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van bestuurderschap en feitelijk leidinggeven bij overtreding arbeidstijdenregelgeving
De rechtbank Assen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het niet naleven van de arbeidstijdenregelgeving binnen zijn onderneming in de periode van maart tot mei 2002. De tenlastelegging betrof onder meer het niet naleven van de verplichte rusttijden door een werknemer-bestuurder en het onjuist registreren van gegevens op tachograafregistratiebladen.
Tijdens de terechtzitting op 24 februari 2004 werd vastgesteld dat verdachte niet als bestuurder kon worden aangemerkt volgens de definitie in artikel 2.1.1 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer en de EG-verordening 3820/85. Hoewel verdachte als feitelijk leidinggevende van de onderneming kon worden beschouwd, ontbrak het bewijs dat hij feitelijk leiding gaf aan de verboden gedragingen zelf, wat vereist is voor strafrechtelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank concludeerde dat de tenlasteleggingen niet wettig en overtuigend waren bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Assen op 9 maart 2004.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij als bestuurder of feitelijk leidinggevende heeft gehandeld in strijd met de arbeidstijdenregelgeving.