ECLI:NL:RBASS:2004:AO5864
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verzet tegen bodembeslag op inventaris horecabedrijf wegens belastingschuld
Plassania Beheer B.V. (eiseres) voerde verzet tegen een bodembeslag dat de Ontvanger van de Belastingdienst op 23 juli 2003 had gelegd op roerende zaken in het pand aan de Peperstraat 12 te Groningen. Deze inventaris behoorde juridisch toe aan eiseres, maar bevond zich op dat moment in gebruik van PZL, een failliete onderhuurder.
Eiseres stelde dat het beslag onrechtmatig was omdat de huurovereenkomst tussen haar en de hoofdverhuurder Copaco per 1 juli 2003 was geëindigd en de onderhuur met PZL op 14 augustus 2003. Hierdoor zou PZL geen recht meer hebben gehad om het pand te gebruiken en zou de inventaris niet op de bodem van de belastingschuldige (PZL) hebben gelegen. Tevens voerde zij aan dat er geen afnamebeding of bedrijfsinmenging bestond tussen haar en PZL, waardoor de uitzondering in de Leidraad Invordering niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat het feitelijke gebruik van de inventaris door PZL op het moment van beslaglegging bepalend is en dat het niet relevant is of PZL een geldige titel had. De inventaris lag dus op de bodem van de belastingschuldige. Daarnaast was er sprake van bedrijfsinmenging en een afnamebeding in de periode voorafgaand aan het beslag, waardoor de Ontvanger gerechtvaardigd was het beslag te leggen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres dat de Ontvanger het vertrouwen had geschonden dat zij uit de Leidraad Invordering mocht ontlenen. Gezien de omstandigheden had eiseres moeten twijfelen aan haar interpretatie van de Leidraad en had zij geen zekerheid gevraagd. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de vorderingen afgewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen het bodembeslag op de inventaris wordt ongegrond verklaard en de vorderingen worden afgewezen.