ECLI:NL:RBASS:2005:AU5334
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor waterschap wegens onzorgvuldige bediening rioolwaterzuiveringsinstallatie en overschrijding lozingsvergunning
In deze strafzaak werd het waterschap Velt en Vecht vervolgd wegens het niet naleven van voorschriften uit de lozingsvergunning en het niet zorgvuldig bedienen van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) in Emmen in oktober 2003. De rechtbank oordeelde dat het waterschap strafbaar was voor beide feiten, waarbij het niet zorgvuldig bedienen van de rwzi leidde tot een onvoorwaardelijke geldboete en de overschrijding van grenswaarden tot een voorwaardelijke geldboete.
De verdediging voerde onder meer aan dat het waterschap strafrechtelijke immuniteit zou genieten vanwege de exclusieve overheidstaak, en dat het nemo tenetur-beginsel was geschonden, maar deze verweren werden door de rechtbank verworpen. Ook werd aangevoerd dat de gedragingen van werknemers niet aan het waterschap konden worden toegerekend, maar de rechtbank stelde dat het waterschap als vergunninghouder verantwoordelijk bleef.
Het bewijs bestond uit verklaringen van buitengewoon opsporingsambtenaren en getuigen, en het onderzoek werd zorgvuldig uitgevoerd. De rechtbank hield rekening met de beperkte en tijdelijke milieuschade, het economische nadeel voor het waterschap, en het feit dat het waterschap maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen. Dit leidde tot een boete van €7.500 onvoorwaardelijk en een boete van €750 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Het waterschap Velt en Vecht is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van €7.500 en een voorwaardelijke geldboete van €750 met een proeftijd van twee jaar.