ECLI:NL:RBASS:2005:AU6297
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering langdurigheidstoeslag wegens inkomsten uit arbeid ondanks medische beperkingen
Eiseres, die sinds juli 2004 gemiddeld acht uur per week werkt bij een kinderdagverblijf en geen arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, heeft bij verweerder een langdurigheidstoeslag aangevraagd op grond van artikel 36 WWB Pro. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarde dat zij gedurende de voorafgaande 60 maanden geen inkomsten uit arbeid mocht hebben gehad.
Eiseres voerde aan dat het onderscheid in artikel 36 WWB Pro tussen personen met en zonder inkomsten uit arbeid in de referteperiode onredelijk en disproportioneel is, mede omdat zij door haar ziekte nooit fulltime kan werken en geen reëel arbeidsmarktperspectief heeft. Tevens stelde zij dat het besluit in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro, artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM en artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat het onderscheid in artikel 36 WWB Pro niet valt onder verboden discriminatie zoals bedoeld in artikel 26 IVBPR Pro en dat het niet ontvangen van een toeslag geen eigendomsrecht onder artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM oplevert. Ook is geen sprake van een onweerlegbaar rechtsvermoeden in strijd met artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van verweerder.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de langdurigheidstoeslag omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde van geen inkomsten uit arbeid in de referteperiode.