ECLI:NL:RBASS:2005:AY8266
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Pauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling finale kwijting en vorderingen na ontbinding arbeidsovereenkomst
Eiser was werkzaam bij gedaagde op basis van verschillende overeenkomsten van 1994 tot 2004, waarbij de laatste arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2002 liep. Tijdens deze laatste overeenkomst was eiser vrijwel volledig arbeidsongeschikt. Gedaagde vroeg ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:685 BW Pro, welke per 1 september 2004 werd uitgesproken met toekenning van een ontslagvergoeding van € 100.000 bruto.
Eiser vordert diverse bedragen wegens onder meer niet betaalde autokostenvergoeding, winstuitkering, schade door onvoldoende WAO-aanvulling en niet geïndexeerd salaris. Gedaagde stelt dat tijdens de ontbindingsprocedure een minnelijke regeling is getroffen die finale kwijting omvatte, waardoor deze vorderingen niet ontvankelijk zijn.
De rechtbank stelt vast dat de hoogte van de toegekende vergoeding en de omstandigheden van de ontbinding erop wijzen dat ook aanspraken uit de periode vóór de ontbinding zijn afgehandeld. Omdat niet is gebleken dat eiser deze aanspraken eerder heeft ingebracht, acht de rechtbank het aannemelijk dat finale kwijting is overeengekomen.
De rechtbank acht de beschikbare stukken onvoldoende om definitief te beslissen en beveelt een comparitie van partijen aan om nadere bewijslevering en mogelijke minnelijke regeling te bevorderen. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 18 januari 2006 voor verdere procedurele afhandeling.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en beveelt een comparitie van partijen om bewijs en regeling nader te onderzoeken.