ECLI:NL:RBASS:2006:AX0491
Rechtbank Assen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toepassing ketenregeling bij opvolgend werkgever na faillissement
De zaak betreft twee werknemers die na bijna 20 jaar dienst bij een failliete werkgever in dienst traden bij een opvolgend werkgever met opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. De werknemers vorderden doorbetaling van loon en tewerkstelling, stellende dat de laatste arbeidsovereenkomst geacht moet worden voor onbepaalde tijd te zijn.
VVV Drenthe Plus voerde aan dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en dat de ketenregeling niet van toepassing was omdat de eerdere onbepaalde tijdsovereenkomst was opgezegd. De rechtbank oordeelde dat artikel 7:668a BW ook toepassing vindt bij opvolgend werkgeverschap en dat de eerdere onbepaalde tijdsovereenkomst moet worden meegeteld in de keten. Hierdoor geldt de laatste overeenkomst als voor onbepaalde tijd aangegaan.
De rechtbank wees de vorderingen tot doorbetaling van loon toe over de periode van 25 november 2005 tot 1 mei 2006, met een matiging van de wettelijke verhoging tot 10%. Tevens werden buitengerechtelijke kosten toegewezen. De arbeidsovereenkomsten werden voorwaardelijk ontbonden per 1 mei 2006. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter B. van den Bosch.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan, met toekenning van loonbetaling en kosten aan de werknemers.