ECLI:NL:RBASS:2006:AX8594
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.A.M. van Veen
- M.C. Fuhler
- A.M.E. van der Sluijs
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel en afwijzing betalingsverplichting wegens faillissement
De rechtbank Assen heeft in deze strafzaak het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde vastgesteld op een bedrag van €136.672,75, gebaseerd op een berekening van een opsporingsambtenaar en na correcties voor terugbetalingen en gemaakte kosten.
De officier van justitie had een ontnemingsvordering ingediend tot een maximum van €155.258,00, maar de rechtbank heeft deze vordering grotendeels afgewezen. De rechtbank heeft de post met betrekking tot een aangever geschrapt omdat hieraan geen strafbaar feit ten grondslag lag.
De raadsman van veroordeelde voerde aan dat veroordeelde geen draagkracht heeft vanwege zijn persoonlijke en zakelijke faillissement. De rechtbank oordeelde dat het niet aannemelijk was dat veroordeelde in de toekomst geen inkomsten zou genereren, maar stelde de betalingsverplichting aan de Staat op nihil vanwege het faillissement.
De rechtbank overwoog dat het vastgestelde voordeel overeenkomt met civiele vorderingen van benadeelden die bij de faillissementsafwikkeling worden meegenomen. Het is niet in het belang van de benadeelden dat de Staat zich als concurrente schuldeiser mengt, waardoor de ontnemingsvordering werd afgewezen.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €136.672,75, maar de betalingsverplichting aan de Staat wordt afgewezen vanwege het faillissement van veroordeelde.