ECLI:NL:RBASS:2006:AX9616

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
27 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.830358-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontucht met minderjarige

De rechtbank Assen behandelde op 13 juni 2006 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefkind in de periode van december 2004 tot november 2005. De tenlastelegging omvatte onder meer het betasten van de borst en vagina van het slachtoffer en het inbrengen van vingers in de vagina.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verdachte niet aanwezig was en verstek was verleend. De officier van justitie achtte het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, maar wees ook op diverse twijfelpunten in het dossier, zoals tegenstrijdige verklaringen van de moeder en het feit dat het slachtoffer herinnerd moest worden aan eerdere verklaringen.

De rechtbank wogen de bewijsstukken, waaronder het spontane verhaal van het slachtoffer bij haar tante, de negatieve antwoorden op sturende vragen van de moeder en de reactie van het slachtoffer bij confrontatie met haar schooltas. Deze elementen waren echter onvoldoende concreet en overtuigend. De rechtbank concludeerde dat het verhaal van het slachtoffer te algemeen was en dat het gebeuren rond de schooltas niet aan het tenlastegelegde kon worden gekoppeld.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde, omdat het bewijs niet overtuigend was en er redelijke twijfel bestond over de schuld van verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1965,
wonende [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 13 juni 2006.
Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
* werkstraf voor de duur van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis;
* gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
TENLASTELEGGING
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
hij op een of meer tijdstip(pen)in of omstreeks de periode van 1 december 2004
tot en met 11 november 2005 in de gemeente Emmen, met [naam betrokkene], die de
leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die
bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het
lichaam van die [naam betrokkene], hebbende verdachte
- de (blote) borst(en) van die [naam betrokkene] betast/aangeraakt en/of
- de (blote) vagina/schaamstreek van die [naam betrokkene] betast/aangeraakt en/of
- een of meer vinger(s) in de vagina van die [naam betrokkene] gebracht;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,
terzake dat
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeksde periode van 1 december 2004
tot en met 11 november 2005 in de gemeente Emmen ontucht heeft gepleegd met
zijn minderjarig (stief)kind, [naam betrokkene], geboren op [geboortedatum betrokkene] 1992, bestaande die ontucht hierin dat hij
- de (blote) borst(en) van die [naam betrokkene] heeft betast/aageraakt en/of
- de (blote) vagina/schaamstreek van die [naam betrokkene] heeft betast/aangeraakt
en/of
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [naam betrokkene] heeft gebracht.
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
VRIJSPRAAK
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet overtuigend bewezen acht.
Zoals ook de officier van justitie in zijn requisitoir aangaf, zijn er veel punten in het dossier die zorgen voor twijfel. Hierbij denkt de rechtbank met name aan de tegenstrijdige verklaringen van moeder en het feit dat aangeefster tijdens het eerste verhoor herinnerd moet worden aan haar opmerking tijdens de intake dat verdachte aan haar vagina zou hebben gelikt. De officier van justitie heeft ter terechtzitting drie punten genoemd waar hij zijn overtuiging op baseert, te weten het spontane verhaal van aangeefster bij haar tante, de negatieve antwoorden op de sturende vragen van haar moeder en de authentieke reactie van aangeefster als ze geconfronteerd wordt met (de inhoud van) haar schooltas.
Naar het oordeel van de rechtbank leiden deze punten niet tot overtuiging dat verdachte het feit heeft gepleegd. Hierbij speelt met name een rol, dat het verhaal dat aangeefster bij de tante vertelt, een erg algemeen verhaal is, in algemene termen, en het feit dat moeder de enige is die aangeeft aan aangeefster te hebben gevraagd of verdachte ook met aangeefster heeft geneukt. Het gebeuren rond de schooltas van aangeefster kan op geen enkele wijze aan het ten laste gelegde worden gelinkt en leidt derhalve op geen enkele manier tot bewijs van het tenlastegelegde. Op grond van bovenstaande heeft de rechtbank niet de overtuiging dat het tenlastegelegde feit door verdachte is begaan.
BESLISSING VAN DE RECHTBANK
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Wit, voorzitter en mr. H.L. Stuiver en mr. A.M.E. van der Sluijs, rechters in tegenwoordigheid van mr. Y. Kikkert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 27 juni 2006, zijnde mr. Van der Sluis buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.