ECLI:NL:RBASS:2006:AX9616
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. de Wit
- H.L. Stuiver
- A.M.E. van der Sluijs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontucht met minderjarige
De rechtbank Assen behandelde op 13 juni 2006 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefkind in de periode van december 2004 tot november 2005. De tenlastelegging omvatte onder meer het betasten van de borst en vagina van het slachtoffer en het inbrengen van vingers in de vagina.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verdachte niet aanwezig was en verstek was verleend. De officier van justitie achtte het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, maar wees ook op diverse twijfelpunten in het dossier, zoals tegenstrijdige verklaringen van de moeder en het feit dat het slachtoffer herinnerd moest worden aan eerdere verklaringen.
De rechtbank wogen de bewijsstukken, waaronder het spontane verhaal van het slachtoffer bij haar tante, de negatieve antwoorden op sturende vragen van de moeder en de reactie van het slachtoffer bij confrontatie met haar schooltas. Deze elementen waren echter onvoldoende concreet en overtuigend. De rechtbank concludeerde dat het verhaal van het slachtoffer te algemeen was en dat het gebeuren rond de schooltas niet aan het tenlastegelegde kon worden gekoppeld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde, omdat het bewijs niet overtuigend was en er redelijke twijfel bestond over de schuld van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige.