ECLI:NL:RBASS:2006:AY8008
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.A.M. van Veen
- N.R. Boonstra
- A.M.E. van der Sluijs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik en bezit kinderporno
De rechtbank Assen behandelde op 12 september 2006 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van minderjarige kinderen en het bezit en verspreiden van kinderporno. De tenlasteleggingen betroffen onder meer gedwongen ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers en het bezit van een cd-rom met kinderporno.
De rechtbank oordeelde dat het wettig bewijs voor de feiten slechts bestond uit de aangifte van het slachtoffer en de gelegenheid die verdachte zou hebben gehad om de feiten te plegen. Er waren geen aanvullende bewijsmiddelen zoals forensisch bewijs of getuigenverklaringen die de beschuldigingen konden ondersteunen. Verdachte ontkende alle beschuldigingen en deed geen verifieerbaar onjuiste uitspraken. Bovendien waren er aanwijzingen in het dossier die twijfel zaaiden over de betrouwbaarheid van de aangifte.
De rechtbank overwoog nader onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen, maar vond onvoldoende aanknopingspunten om dit te rechtvaardigen. Ook de ontkenning van verdachte dat hij alleen was met het slachtoffer en dat hij de cd-roms in bezit had, droeg bij aan het ontbreken van overtuigend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.