ECLI:NL:RBASS:2006:AZ1244
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- N.R. Boonstra
- A.M.E. van der Sluijs
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ambulanceverpleegkundige voor onvoorzichtig toedienen medicatie met dodelijke afloop
De rechtbank Assen heeft op 31 oktober 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen een ambulanceverpleegkundige die op 1 juni 2005 in Duitsland een medicijn (Erytromycine) intraveneus toediende aan een kind dat met een ambulance werd vervoerd. Het medicijn had via een neussonde toegediend moeten worden. Door deze onvoorzichtige en nalatige handeling overleed het kind aan de gevolgen van een geneesmiddelenembolie en/of vergiftiging.
De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte uit hoofde van zijn beroep wist of had moeten weten dat het medicijn niet intraveneus mocht worden toegediend. De verdachte handelde aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig, maar zonder kwade opzet. De verdachte had een onberispelijke staat van dienst van 32 jaar en had het incident volledig erkend en verantwoord.
De officier van justitie had gevangenisstraf, werkstraf en ontzegging van het beroep geëist. De rechtbank legde een werkstraf van 180 uur op, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een proeftijd van twee jaar. Ontzegging van het beroep werd niet opgelegd vanwege het geringe risico op herhaling en de lange staat van dienst van de verdachte.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en benadrukte dat het medicijn onbekend was voor de verdachte en dat overleg met collega’s of het UMCG ontbrak. De straf werd mede bepaald op basis van de ernst van het feit, persoonlijke omstandigheden en het pleidooi van de raadsman.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een werkstraf van 180 uur wegens onvoorzichtig en nalatig toedienen van medicatie met dodelijke afloop.