ECLI:NL:RBASS:2006:AZ3161
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- N.R. Boonstra
- G. Kaaij
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij lijkverbergen en verduistering
De rechtbank Assen behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het verbergen en wegmaken van het lijk van zijn moeder met het oogmerk het overlijden te verhullen, alsmede verduistering van AOW-uitkeringen. Het bewijs toonde aan dat het stoffelijk overschot van de moeder inderdaad door verdachte was vervoerd en gedeponeerd nabij Emmeloord. Daarnaast was vastgesteld dat verdachte zich wederrechtelijk had toegeëigend van geldbedragen afkomstig van de Sociale Verzekeringsbank.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van het overlijden en dat het lijk niet van zijn moeder was, maar de rechtbank verwierp deze stellingen op basis van gebitsvergelijkend onderzoek en de aanwijzing van de plaats door verdachte zelf. Wel werd vastgesteld dat verdachte met toestemming van zijn moeder geld van gezamenlijke rekeningen had opgenomen, waardoor het verweer van verduistering deels werd gegrond verklaard.
De rechtbank nam een psychiatrisch rapport in overweging waaruit bleek dat verdachte ten tijde van de feiten leed aan een chronische psychose, waardoor hij niet in staat was zijn wil redelijk te bepalen. Dit leidde tot de conclusie dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was. Daarom werden de bewezen verklaarde feiten hem niet toegerekend en werd hij ontslagen van alle rechtsvervolging.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat het strafgeding niet geschikt werd geacht voor de afhandeling van de civiele schadeclaim. De rechtbank bepaalde dat partijen elk hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid ondanks bewezen feiten van lijkverbergen en verduistering.