ECLI:NL:RBASS:2006:AZ3276
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Stuiver
- J.J. Schoemaker
- M.R.M. Beaumont
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteeltperiode 2001-2003
De officier van justitie diende een ontnemingsvordering in tegen verdachte voor wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt en soortgelijke feiten. De rechtbank verklaarde de vordering voor de periode 1995 tot en met 2000 niet ontvankelijk vanwege het overschrijden van de wettelijke termijn van twee jaar na uitspraak voor het indienen van een ontnemingsvordering.
Voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 november 2003 stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €61.723. Deze berekening was gebaseerd op omzet, inkoopprijs van hennep, en koerierskosten, waarbij de rechtbank de inkoopprijs corrigeerde naar €2,10 per gram. Kosten zoals auto- en telefoonkosten werden buiten beschouwing gelaten wegens onvoldoende specificatie.
De rechtbank verwierp het beroep op het ne bis in idem-beginsel door de raadsman, omdat voor de eerdere veroordelingen geen ontnemingsmaatregel was opgelegd. Tevens werd onvoldoende aannemelijk geacht dat de voormalige partner van verdachte recht had op een deel van het voordeel. De verdachte werd verplicht het geschatte bedrag van €61.723 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Verdachte moet €61.723 aan wederrechtelijk verkregen voordeel betalen aan de Staat; vordering voor 1995-2000 niet ontvankelijk.