ECLI:NL:RBASS:2006:AZ4168
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Fuhler
- N.R. Boonstra
- G. Kaaij
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak hulp bij zelfdoding en veroordeling voor lijkverbergen en drugshandel
De rechtbank Assen behandelde op 28 november 2006 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van opzettelijke hulp bij zelfdoding van [naam overledene]. Hoewel verdachte passief en laakbaar handelde door geen hulp in te schakelen, achtte de rechtbank onvoldoende bewijs dat hij opzettelijk behulpzaam was bij de zelfdoding.
Verdachte werd echter wel bewezen verklaard dat hij in de periode van 14 tot 18 juli 2006 oxycodon aan de overledene heeft verstrekt en aanwezig had, en dat hij tussen 18 en 24 juli 2006 het stoffelijk overschot heeft verborgen en vervoerd met het oogmerk het overlijden te verhullen. Dit leverde strafbare feiten op zoals lijkverbergen en overtreding van de Wet op de lijkbezorging, alsmede het handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet.
De rechtbank hield rekening met een psychologisch rapport dat stelde dat verdachte een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid heeft. Gezien de ernst van de feiten en de omstandigheden werd verdachte veroordeeld tot 125 dagen gevangenisstraf waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 80 uur met vervangende hechtenis bij niet-nakoming. Tevens werden in beslag genomen verdovende middelen onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde hulp bij zelfdoding, omdat niet duidelijk was of verdachte de opzet had om de overledene bij zelfdoding behulpzaam te zijn. De strafmaat werd mede bepaald door eerdere veroordelingen en de ernst van de bewezen verklaarde feiten.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van hulp bij zelfdoding, maar veroordeeld tot 125 dagen gevangenisstraf waarvan 90 voorwaardelijk voor lijkverbergen en drugshandel.