ECLI:NL:RBASS:2007:AZ5594

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
2 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19/605725-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 308 SrArt. 31 lid 1 WWMArt. 55 WWMArt. 22c Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor roekeloos wapenbezit en zwaar lichamelijk letsel door schotwond

De rechtbank Assen heeft op 2 januari 2007 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 2 juli 2005 te Vledder roekeloos met een kogelgeweer heeft geschoten. De verdachte en zijn mededaders plaatsten een schietschijf en een ondeugdelijke kogelvanger nabij een pad waar personen konden passeren. Tijdens het schieten werd onvoldoende gelet op de veiligheid, waardoor een jogger een schotwond in het hoofd opliep.

De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte het wapen van categorie III (een Remington .22 LR) overgedragen had aan anderen en dat hij roekeloos handelde in strijd met de Wet wapens en munitie. Strafuitsluitingsgronden ontbraken. De ernst van het letsel werd als relatief meegevallen beoordeeld, mede op basis van deskundigenverklaringen.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een taakstraf van 120 uur, met een subsidiaire hechtenis van 60 dagen bij niet-nakoming. Tevens werd het in beslag genomen wapen met munitie verbeurd verklaard. De rechtbank rekende het verdachte zwaar dat hij de veiligheid van nietsvermoedende burgers in hoge mate in gevaar bracht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur werkstraf en verbeurdverklaring van wapen en munitie wegens roekeloos schieten met kogelgeweer waarbij jogger ernstig letsel opliep.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1950,
wonende te [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 december 2006.
De verdachte is verschenen.
De officier van justitie Mr. A.M. de Vries acht hetgeen onder 1 en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
* een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis;
* verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geweer met munitie.
TENLASTELEGGING
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1.
hij op of omstreeks 02 juli 2005 te Vledder, gemeente Westerveld, tezamen en
in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, op een weiland/terrein
gelegen tegen een bosrand (nabij de Middenweg) hoogst roekeloos, althans
aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig
- een schietschijf en/of kogelvangconstructie heeft/hebben geplaatst en
daarbij een schietpositie heeft/hebben gekozen, terwijl verdachte en/of zijn
mededader wist(en), althans behoorde(n) te weten dat zich in de gekozen
schootslijn (achter de bossages/groenstrook) een pad bevond alwaar zich
personen konden bevinden en/of (vervolgens)
- met een kogelgeweer op die schietschijf heeft/hebben geschoten, terwijl
achter die schietschijf een ondeugdelijke (meermalen gebruikte) kogelvanger
was geplaatst, waardoor de door verdachte en/of diens mededader(s) afgeschoten
kogels doorschoten, althans onvoldoende werden afgeremd en/of
- (daarbij) gedurende de schietsessie(s) geen, althans onvoldoende aandacht
heeft/hebben geschonken aan de (on)deugdelijkheid van die kogelvanger en/of
onvoldoende heeft/hebben gecontroleerd of de veiligheid van personen in het
geding was en/of
- in strijd met de bepalingen van de Wet Wapens en Munitie en/of in strijd met
de in de jachtakte(s) gestelde eisen, met een kogelgeweer heeft geschoten,
waardoor het aan zijn/hun schuld te wijten is geweest dat [naam slachtoffer] die zich
als jogger (voetganger) op genoemd pad bevond en aldus in de schootslijn van
het wapen bevond zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in zijn
hoofd, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit
tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of
beroepsbezigheden van deze was ontstaan;
2.
hij op of omstreeks 02 juli 2005 te Vledder, gemeente Westerveld, een wapen van
categorie III, te weten een kogelgeweer, merk Remmington, kaliber .22LR, heeft
overgedragen aan [naam medeverdachte] en/of [naam medeverdachte] en/of [naam betrokkene];
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover
daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd;
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
BEWIJSMIDDELEN
Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.
BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 02 juli 2005 te Vledder, gemeente Westerveld, tezamen en in vereniging met anderen, op een weiland gelegen tegen een bosrand nabij de Middenweg hoogst roekeloos,
- een schietschijf en een kogelvangconstructie heeft geplaatst en daarbij een schietpositie heeft gekozen, terwijl verdachte en zijn mededaders wisten, dat zich in de gekozen schootslijn achter de bossages/groenstrook een pad bevond alwaar zich
personen konden bevinden en vervolgens
- met een kogelgeweer op die schietschijf heeft geschoten, terwijl achter die schietschijf een ondeugdelijke meermalen gebruikte kogelvanger was geplaatst, waardoor de door verdachte en diens mededaders afgeschoten kogels doorschoten, en
- daarbij gedurende de schietsessies onvoldoende aandacht heeft geschonken aan de (on)deugdelijkheid van die kogelvanger en onvoldoende heeft gecontroleerd of de veiligheid van personen in het geding was en
- in strijd met de bepalingen van de Wet Wapens en Munitie en in strijd met
de in de jachtaktes gestelde eisen, met een kogelgeweer heeft geschoten,
waardoor het aan hun schuld te wijten is geweest dat [naam slachtoffer] die zich
als jogger op genoemd pad bevond en aldus in de schootslijn van het wapen bevond zwaar lichamelijk letsel, te weten een schotwond in zijn hoofd, heeft bekomen;
2.
hij op 02 juli 2005 te Vledder, gemeente Westerveld, een wapen van categorie III, te weten een kogelgeweer, merk Remmington, kaliber .22LR, heeft overgedragen aan [naam medeverdachte] en [naam medeverdachte] en [naam betrokkene];
De verdachte zal van het onder 1 en 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
KWALIFICATIES
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:
onder 1: Medeplegen van aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt,
strafbaar gesteld bij artikel 47 juncto Pro artikel 308 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
onder 2: Handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,
strafbaar gesteld bij artikel 55 van Pro die Wet.
STRAFBAARHEID
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
STRAFMOTIVERING
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;
- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;
- de eis van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsman van de verdachte.
De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan, dat hij, tezamen met zijn mededaders, de veiligheid van niets vermoedende burgers in zeer hoge mate in gevaar heeft gebracht. Gelet op de gevolgen die de gebruikte munitie kan hebben, zoals ook blijkt uit het verhoor van de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut ter terechtzitting, is de verwonding van het slachtoffer -bij wie een kogel operatief uit zijn hoofd moest worden verwijderd- relatief gezien meegevallen.
De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te melden duur geboden is.
Daarbij acht de rechtbank het gedrag van de jachtaktehouders in hogere mate strafwaardig, aangezien zij beter hadden moeten weten.
MOTIVERING VAN DE VERBEURDVERKLARING
De rechtbank acht het hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien het voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en terwijl het voorwerp aan de verdachte toebehoort.
TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 22c, 22d, 27, 33a, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.
Daarnaast heeft de rechtbank gelet op artikel 56 van Pro de Wet wapens en munitie.
BESLISSING VAN DE RECHTBANK
De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot
een taakstraf bestaande uit 120 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.
De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.
De rechtbank verklaart verbeurd het navolgende in beslag genomen voorwerpen:
- een kogelgeweer, Remmington, .22 LR en munitie.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 02 januari 2007, zijnde mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.