ECLI:NL:RBASS:2007:BA2124
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- M.C. Fuhler
- A.M.E. van der Sluijs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot ontucht met minderjarige leerling
De rechtbank Assen behandelde de zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van poging tot ontucht met een minderjarige leerling in de periode april-mei 2006. Verdachte, een leerkracht, zou de leerling hebben proberen te bewegen tot ontuchtige handelingen door middel van bedreigingen met het onthouden van herkansingen en suggestieve e-mails.
Tijdens de terechtzitting op 20 maart 2007 werd vastgesteld dat het e-mailverkeer tussen verdachte en de leerling onprofessioneel was, maar dat dit niet voldoende bewijs leverde voor de tenlastelegging. De verklaringen van de aangeefster en haar vriendin waren vaag en onvoldoende concreet over de aard van de ontuchtige handelingen.
De rechtbank oordeelde dat de communicatie en het taalgebruik binnen de context van jongerengebruik geplaatst moesten worden en dat de verdachte ontkende de suggesties te hebben gedaan in ruil voor een goed cijfer. De nadere omschrijving van ontuchtige handelingen werd niet door bewijsmiddelen ondersteund.
Daarom werd de verdachte vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het tenlastegelegde misdrijf.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot ontucht met minderjarige leerling.