ECLI:NL:RBASS:2007:BA3955
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Pauw
- Rechtspraak.nl
Toepassing CAO Bouwnijverheid op loonvordering uitzendkracht torenkraanmachinist
DTS, een uitzendbureau dat geen lid is van de ABU of NBBU, stelde eiser als torenkraanmachinist ter beschikking aan bouwinleners. Eiser vorderde betaling van loon en vergoedingen conform de CAO voor de Bouwnijverheid, gebaseerd op artikel 8 WAADI Pro en de uitzendbepalingen van de CAO. DTS betwistte de toepasselijkheid van deze CAO en stelde dat zij minder dan 50% van haar loonsom aan bouwinleners ter beschikking stelde.
De kantonrechter stelde vast dat de CAO voor de Bouwnijverheid van toepassing was op de inlenende bedrijven waar eiser werkte, en dat DTS op de inkomstenverklaring had vermeld dat de CAO 'Bouw' van toepassing was. De hoofdregel van artikel 8 lid 1 WAADI Pro, gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel 'gelijke arbeid, gelijk loon', verplicht DTS om loon en arbeidsvoorwaarden conform de inleen-CAO toe te passen.
DTS' stelling dat zij niet rechtstreeks aan eiser hoefde te betalen conform de inleen-CAO werd verworpen, omdat dit zou leiden tot rechteloosheid van de uitzendkracht. De kantonrechter oordeelde dat eiser recht heeft op loon conform de CAO voor de Bouwnijverheid, waaronder de kwalificatie 'vakkracht' valt. De stelling dat DTS minder dan 50% van de loonsom aan bouwinleners ter beschikking stelde, werd onvoldoende onderbouwd en verworpen.
De kantonrechter veroordeelde DTS tot betaling van de gevorderde bedragen en wettelijke rente vanaf de datum van eiswijziging, met een dwangsom voor het niet verstrekken van een specificatie. De wettelijke verhoging werd niet toegewezen vanwege het late tijdstip van de vordering en het accepteren van betalingen door eiser tijdens het dienstverband.
Uitkomst: DTS is veroordeeld tot betaling van loon en vergoedingen conform de CAO voor de Bouwnijverheid aan eiser.