ECLI:NL:RBASS:2007:BA6133
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst en afwijzing schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging
Werknemer trad op 6 september 2004 in dienst bij werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die uiteindelijk zou eindigen op 6 juli 2006. Werknemer gaf op 26 januari 2006 aan de arbeidsovereenkomst te willen opzeggen per 1 maart 2006 wegens een nieuwe baan. Werkgever stelde op 23 februari 2006 voor dat werknemer tot 24 maart 2006 zou blijven werken, wat werknemer op 24 februari 2006 accepteerde.
Werknemer meldde zich op 6 maart 2006 ziek op advies van zijn huisarts vanwege situatieve arbeidsongeschiktheid, maar hervatte zijn werkzaamheden tot 24 maart 2006. Werkgever vorderde een gefixeerde schadevergoeding wegens vermeende onregelmatige opzegging per 1 maart 2006, omdat werknemer volgens werkgever al vanaf 6 maart 2006 bij zijn nieuwe werkgever werkte.
De kantonrechter stelt vast dat partijen overeenstemming bereikten over de beëindiging per 24 maart 2006 en dat werknemer niet daadwerkelijk per 1 maart 2006 is gestopt met werken. Het gedeeltelijk niet nakomen van de overeenkomst leidt niet tot aanspraak op schadevergoeding omdat geen onregelmatige opzegging is vastgesteld. De vordering van werkgever wordt afgewezen en werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging af en veroordeelt werkgever in de proceskosten.