ECLI:NL:RBASS:2007:BA9390
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering immateriële schade wegens onvoldoende begeleiding en aantasting eer werknemer
Een werkneemster was in dienst bij Bureau Jeugdzorg Drenthe (BJD) op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zij stelde onvoldoende te zijn ingewerkt en begeleid en voelde zich door uitlatingen van haar werkgever in haar eer en goede naam aangetast. Zij vorderde op grond van artikel 7:611 BW Pro een immateriële schadevergoeding en een excuusbrief.
De werkgever stelde dat zij wel degelijk begeleiding en inwerkperiode had gehad, onder meer via een cursus en personeelsverslagen. De werkgever vond dat de werkneemster niet beschikte over de noodzakelijke vaardigheden voor haar functie en dat de non-actiefstelling en het niet verlengen van het contract zorgvuldig waren verlopen.
De kantonrechter oordeelde dat beslissingen over geschiktheid en het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel niet via een procedure op grond van goed werkgeverschap getoetst kunnen worden. De werkneemster had onvoldoende bewijs geleverd van ernstige tekortkomingen in begeleiding of onzorgvuldig handelen. De vorderingen tot schadevergoeding en excuusbrief werden afgewezen.
Beide partijen werden in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter B. van den Bosch en op 3 juli 2007 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van de werkneemster tot immateriële schadevergoeding en excuusbrief worden afgewezen.