ECLI:NL:RBASS:2007:BC0084

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
11 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.605124-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.E. Münzebrock
  • A. Rombouts-Nieuwstraten
  • H. de Wit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarigen

De rechtbank Assen behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes in de periode van eind augustus tot begin september 2006 te Erm.

Tijdens het onderzoek en de terechtzittingen op 21 augustus en 27 november 2007 werden verklaringen van de betrokken minderjarige getuigen gehoord. Deze verklaringen verschilden echter zodanig dat de rechtbank geen eenduidige en overtuigende toedracht kon vaststellen. Bovendien waren er aanwijzingen voor "collaborative story telling", wat de betrouwbaarheid van de verklaringen verder ondermijnde.

De officier van justitie had een taakstraf en gevangenisstraf geëist, maar de rechtbank achtte het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Assen op 11 december 2007, waarbij drie rechters het vonnis ondertekenden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19/605124-07
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1966,
wonende te [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 21 augustus 2007 en 27 november 2007.
De verdachte is verschenen ter terechtzitting van 27 november 2007 en werd bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.
De officier van justitie, mr. G.C. Bruins Slot, acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: 240 uur taakstraf, bestaande uit een werkstraf, subsidiair 120 dagen hechtenis, onder aftrek van voorarrest, en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij in of omstreeks de periode 25 augustus 2006 tot en met 1 september 2006 te Erm, gemeente Coevorden, met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1999, en/of met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer] 1997, die beiden toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte ontuchtig (van) die [naam eerste slachtoffer] haar bikini(broekje) opzij gedaan, zodat haar vagina (voor hem) zichtbaar werd en/of haar (boven)benen, liesstreek, billen en/of vagina ingesmeerd met zalf, althans met een of meer vingers aangeraakt, en/of (van) die [naam tweede slachtoffer] haar badpak opzij gedaan, zodat haar vagina (voor hem) zichtbaar werd en/of haar (boven)benen, liesstreek, schaamhaar en/of vagina ingesmeerd met zalf, althans met een of meer vingers aangeraakt.
Vrijspraak
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank overweegt daartoe dat de verklaringen van [naam eerste meisje] en [naam tweede meisje] en hun broertje [naam broertje] zozeer uiteenlopen dat de rechtbank daaruit geen eenduidige toedracht van de gebeurtenissen heeft kunnen reconstrueren. Daarbij speelt een rol dat er aanwijzingen zijn voor "collaborative story telling".
De rechtbank heeft uit de wettige bewijsmiddelen dan ook niet de overtuiging kunnen verkrijgen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, en mr. A. Rombouts-Nieuwstraten en mr. H. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 11 december 2007.