ECLI:NL:RBASS:2007:BC0105
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. Münzebrock
- N.R. Boonstra
- M.R.M. Beaumont
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij ontuchtige handelingen met geestelijk beperkt slachtoffer
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in december 2006 in de gemeente Coevorden meerdere ontuchtige handelingen zou hebben gepleegd jegens een geestelijk beperkt meisje, waarbij sprake zou zijn geweest van dwang door geweld of psychisch en fysiek overwicht. Het slachtoffer was een meisje met geestelijke beperkingen, waarbij een orthopedagoog had aangegeven dat fantasie en werkelijkheid bij haar door elkaar kunnen lopen.
De rechtbank baseerde zich vooral op de verklaringen van het slachtoffer, die tijdens een studioverhoor waren afgelegd geruime tijd na de vermeende feiten. De rechtbank merkte op dat de verklaringen mogelijk beïnvloed waren door tussentijdse gesprekken over de gebeurtenissen en dat de vraagstelling tijdens het verhoor sturend en niet altijd open was. Bovendien waren de verklaringen niet consistent, wat mede verklaard kon worden door de geestelijke toestand van het slachtoffer.
Gelet op deze omstandigheden hield de rechtbank te veel twijfels over om tot een wettig en overtuigend bewezenverklaring te komen. De officier van justitie had een taakstraf geëist, maar de rechtbank sprak de verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Assen op 18 december 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.