ECLI:NL:RBASS:2008:BD5522
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens ten onrechte ingeroepen ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte
De huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder betrof een bedrijfsruimte met een looptijd van vijf jaar vanaf 1 juni 2007. Na een incident waarbij een steen uit de schoorsteen viel, stelde huurder dat het gehuurde onveilig was en sommeerde verhuurder tot herstel, waarna huurder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbond en het pand ontruimde.
Verhuurder vorderde schadevergoeding wegens gederfde huurpenningen over de resterende looptijd van de overeenkomst, stellende dat de ontbinding onterecht was. Huurder stelde zich op het standpunt dat de onveilige situatie ontbinding rechtvaardigde en vorderde op haar beurt schadevergoeding van verhuurder.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding door huurder onterecht was, omdat verhuurder voldoende herstelmaatregelen had genomen en bereid was tot reparatie, maar toegang tot het pand soms werd belemmerd. De hoofdelijke veroordeling van de directeur van huurder werd afgewezen omdat de gestelde onrechtmatige handelingen na de ontbinding plaatsvonden en geen verband hielden met de ontbinding.
De vordering van verhuurder werd deels toegewezen tot een bedrag van €107.000,00, bestaande uit gemiste huurtermijnen tot het moment van herverhuur en het verschil in huurprijs daarna. De tegenvordering van huurder werd ongegrond verklaard. Huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurster wordt veroordeeld tot betaling van €107.000 aan verhuurder wegens onterechte ontbinding van de huurovereenkomst.