ECLI:NL:RBASS:2008:BF0641
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik minderjarige stiefkinderen
De rechtbank Assen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefkinderen over perioden tussen 1992 en 2003. De tenlastelegging omvatte onder meer het seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes, waarbij ook sprake zou zijn van geweld en bedreiging.
Tijdens het onderzoek en de zittingen op 17 juni en 12 augustus 2008 is gebleken dat de aangiftes onvoldoende kritisch zijn onderzocht en dat er geen steunbewijs is verzameld. De verklaringen van de slachtoffers vertonen tegenstrijdigheden en ongerijmdheden, en getuigenverklaringen die mogelijk steun zouden kunnen bieden, zoals die van een toenmalig vriendin van een getuige, zijn niet betrouwbaar gebleken.
De rechtbank constateert ook dat de wijze van misbruik die door de twee slachtoffers is beschreven significant van elkaar verschilt, en dat er geen medische of technische sporen zijn die de beschuldigingen ondersteunen. Gezien deze omstandigheden is het bewijs onvoldoende om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en gelast onmiddellijke invrijheidstelling. De officier van justitie wordt wel ontvankelijk verklaard in de vervolging, maar de bewezenverklaring ontbreekt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.