ECLI:NL:RBASS:2008:BG8566

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
30 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.606317/08
Instantie
Rechtbank Assen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22c SrArt. 22d SrArt. 91 SrArt. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 175 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersfout met ernstig letsel leidt tot taakstraf en rijontzegging

Op 9 juni 2008 veroorzaakte verdachte nabij Emmen een ernstig verkeersongeval door roekeloos en onoplettend rijgedrag tijdens een inhaalmanoeuvre, waarbij hij zonder noodzaak op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer reed. Dit leidde tot een frontale botsing met een tegemoetkomende personenauto, waarbij het slachtoffer een gebroken rugwervel opliep.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich zodanig onvoorzichtig heeft gedragen dat het ongeval aan zijn schuld te wijten is. Verdachte heeft bekend en er is bewijs geleverd via diverse processen-verbaal en medische verklaringen. Verdachte heeft zelf ook zwaar letsel opgelopen en langdurig in het ziekenhuis en revalidatiecentrum verbleven.

Hoewel de richtlijnen voor grove verkeersfouten met zwaar letsel een gevangenisstraf van twee maanden of een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van een jaar aanbevelen, volgde de rechtbank de eis van de officier van justitie. De rechtbank legde een werkstraf van 50 uur en een rijontzegging van 6 maanden op, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden en het letsel van verdachte.

De rechtbank verklaarde verdachte strafbaar en veroordeelde hem tot de genoemde straf en maatregel. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 50 uur werkstraf en 6 maanden rijontzegging wegens roekeloos rijgedrag met ernstig letsel.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19/606317-08
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 december 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats en -land] op [geboortedatum] 1964,
wonende te [adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op dinsdag 16 december 2008.
De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. A. Mulder, advocaat te Emmen.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
hij op of omstreeks 09 juni 2008 te of nabij Emmen, gemeente Emmen als verkeers-deelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, rijdende op de weg, N34, zich zodanig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, aangezien hij (of) bij de uitvoering van een inhaalmanoeuvre, ten einde één of meer in dezelfde richting als verdachte rijdende/ voortbewegende motorvoertuigen in te halen, (of) zonder noodzaak (gedeeltelijk) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer is gaan rijden, op een moment dat meerdere auto's/motorvoertuigen hem, verdachte, dicht waren genaderd, waardoor, althans mede waardoor twee auto's/motorvoertuigen zijn uitgeweken ten einde een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen en/of waarbij een (frontale) botsing of aanrijding, althans aanglijding is ontstaan tussen hem, verdachte, en een (derde) tegemoetkomende personenauto, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken rugwervel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat
hij op of omstreeks 09 juni 2008 te of nabij Emmen, gemeente Emmen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, N34, (of) bij de uitvoering van een inhaalmanoeuvre ten einde één of meer in dezelfde richting als verdachte rijdende/ voortbewegende motorvoertuigen in te halen, (of) zonder noodzaak (gedeeltelijk) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer is gaan rijden, op een moment dat meerdere auto's/motorvoertuigen hem, verdachte dicht waren genaderd, waardoor, althans mede waardoor, twee auto's/motorvoertuigen zijn uitgeweken ten einde een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen en/of waarbij een (frontale) botsing of aanrijding, althans aanglijding is ontstaan tussen hem, verdachte, en een (derde) tegemoetkomende personenauto, waarbij de bestuurder ([slachtoffer]) van die (derde) personenauto, ernstig
gewond is geraakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd.
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.
Een proces-verbaal van bevindingen terzake aanrijding van 7 september 2008, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe.
Een ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] van 9 juni 2008, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe.
Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] van 9 juni 2008, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant], brigadier van politie Drenthe.
Een ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] van 12 juni 2008, opgemaakt door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe.
Een proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer] van 4 juli 2008, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant], hoofdagent van politie Drenthe.
Een ambtsedig proces-verbaal Verkeersongevals Analyse van 26 juli 2008, opgemaakt door [verbalisant], brigadier van politie, dienstdoende bij Divisie Operationele Diensten, Unit Verkeerstaken, afdeling Verkeers Ongevallen Analyse van de Regiopolitie Drenthe.
Een medische verklaring van 9 juni 2008 van Chirurgen Orthopaeden Maatschap Leveste betreffende het bij het slachtoffer [slachtoffer] geconstateerde letsel.
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 16 december 2008.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 09 juni 2008 nabij Emmen, gemeente Emmen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, rijdende op de weg, N34, zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen, zodanig dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, aangezien hij bij de uitvoering van een inhaalmanoeuvre, ten einde één of meer in dezelfde richting als verdachte rijdende motorvoertuigen in te halen, op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer is gaan rijden, op een moment dat meerdere auto's hem, verdachte, dicht waren genaderd, waardoor twee auto's zijn uitgeweken ten einde een aanrijding met hem, verdachte, te voorkomen en waarbij een frontale botsing is ontstaan tussen hem, verdachte, en een derde tegemoetkomende personenauto, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken rugwervel, werd toegebracht.
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.
De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Kwalificatie
Het primair bewezen geachte levert op:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,
strafbaar gesteld bij artikel 175 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Strafmotivering en motivering ontzegging van de rijbevoegdheid
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, mr. E.H.G. Kwakman, luidende: vijftig uren taakstraf, bestaande uit een werkstraf, subsidiair 25 dagen hechtenis en zes maanden onvoorwaardelijke rijontzegging ten aanzien van het primair tenlastegelegde, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 2 december 2008, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijk misdrijf is veroordeeld.
De rechtbank is van oordeel dat aan de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd omdat de verdachte, als verkeersdeelnemer, een aan zijn schuld te wijten en zeer ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt.
Hoewel de oriëntatiepunten bij een grove verkeersfout en zwaar lichamelijk letsel aan de zijde van het slachtoffer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van twee maanden, of een taakstraf van 120 uren, en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van één jaar aanbevelen, zal de rechtbank de eis van de officier van justitie volgen en aan verdachte een werkstraf van vijftig uren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden opleggen. Verdachte is immers door het ongeval en door omstandigheden die zich daarna hebben voorgedaan ook zelf zwaar getroffen. Hij heeft drie maanden in het ziekenhuis verbleven in verband met een, door het ongeval veroorzaakte, zware hersenschudding en daaropvolgende complicaties en aansluitend vier weken in een revalidatiecentrum doorgebracht.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op de artikelen 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit vijftig uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 25 dagen zal worden toegepast.
De rechtbank ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, en mr. H. Wolthuis en mr. B.I. Klaassens, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 30 december 2008.