ECLI:NL:RBASS:2009:BH4021

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
25 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
68932 - HA ZA 08-568
Instantie
Rechtbank Assen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.J. Lennaerts
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wet op het Assurantiebedrijf
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Assurantietussenpersoon kan niet op eigen naam verzekeringspremie vorderen

Eiseres, een assurantietussenpersoon, vordert betaling van een verzekeringspremie van gedaagde, die een schadeverzekering heeft bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij niet met eiseres heeft gecontracteerd en dat eiseres geen volmacht heeft om namens de verzekeraar te vorderen.

De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over haar hoedanigheid en de contractspartijen. Er is geen bewijs dat gedaagde een betalingsverplichting aan eiseres heeft, noch dat eiseres als gevolmachtigde van de verzekeraar optreedt. De Wet op het Assurantiebedrijf bepaalt dat een tussenpersoon premies incasseert namens de verzekeraar, niet op eigen naam.

Omdat eiseres haar volmacht niet heeft getoond en de vordering niet in de juiste hoedanigheid is ingesteld, wijst de rechtbank de vordering af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde worden begroot op €1.080,08.

Uitkomst: De vordering van de assurantietussenpersoon tot betaling van de verzekeringspremie wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van volmacht.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ASSEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 68932 / HA ZA 08-568
Vonnis van 25 februari 2009
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EUROLLOYD B.V.
h.o.d.n. EUROLLOYD B.V., EUROLLOYD en [A] VERZEKERINGEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. B. Smid,
tegen
[GEDAAGDE]
h.o.d.n. TSP HOLLAND en RECREATIEPARK ‘T STROOMDAL,
wonende te Zeegse,
gedaagde,
advocaat mr. A.A. Vogelsang.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 14 augustus 2008;
- de conclusie van antwoord van 8 oktober 2008;
- de conclusie van repliek met producties van 10 december 2008;
- de conclusie van dupliek van 21 januari 2009.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Voor de beslechting van het geschil gaat de rechtbank uit van de volgende feiten:
a. Eiseres heeft gedaagde aangeschreven tot het betalen van premie voor een schadeverzekering die is afgesloten bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V..
b. Eiseres is een assurantietussenpersoon.
c. Gedaagde heeft geweigerd aan de aanschrijving te voldoen. Eiseres heeft gedaagde gedagvaard en zich daarbij gesteld als gerechtigd tot betaling van de premie: ‘heeft van gedaagde partij opeisbaar te vorderen…’.
3. De vordering
Eiseres vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde zal veroordelen tot betaling van € 9.700,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juli 2008 tot aan de dag der algehele voldoening over een bedrag van € 8.680,00, met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.
4. Beoordeling van het geschil
4.1. Gedaagde bestrijdt dat eiseres een vordering op hem heeft. Daartoe heeft hij verschillende argumenten aangevoerd.
Hij heeft er onder meer op gewezen dat hij niet bij eiseres verzekerd is maar bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V., dat onduidelijk is in welke hoedanigheid eiseres zich stelt maar dat in ieder geval zeker is dat hij niet met eiseres heeft gecontracteerd. Hij heeft verlangd dat, als eiseres handelt op grond van een volmacht, deze volmacht wordt ingebracht. Zolang deze niet is bewezen bestrijdt gedaagde dat eiseres een volmacht heeft zodat ook niet vast staat dat eiseres als gevolmachtigde de vordering kan instellen.
4.2. Eiseres stelt dat genoegzaam vaststaat ‘dat sprake is van een overeenkomst’, dat er premies zijn betaald en dat tot aan de dagvaarding nimmer twijfels zijn geuit aan eiseres als contractspartij. Uit hetgeen eiseres in dit verband aanvoert (offerte, polisblad, polisoverzicht) volgt dat zij doelt op een overeenkomst van verzekering.
4.3. Dit betoog van eiseres stuit af op het feit dat wel vaststaat dat gedaagde een schadeverzekering heeft lopen bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. maar dat niet vaststaat dat er ook nog een andere verzekering is (die dan grondslag is voor de vordering tot premiebetaling) en dat deze met eiseres is afgesloten. Eiseres noemt die verzekering ook niet en uit alles volgt dat zij juist verwijst naar de schadeverzekering bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V..
4.4. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat eiseres vordert dat de rechtbank gedaagde veroordeelt om aan haar de uit hoofde van die verzekering verschuldigde premie te betalen (en niet aan Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.).
Niet is gesteld dat in de polis van die verzekering is vastgelegd dat gedaagde ten opzichte van Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. die verplichting heeft. Ook is niet gesteld dat dit afzonderlijk tussen eiseres en gedaagde en/of Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. is overeengekomen bij het afsluiten van de verzekering, in die zin dat ook gedaagdes wil op het aangaan van een dergelijke verplichting was gericht, en dat daarbij was verzekerd dat gedaagde dan bevrijdend betaalde. Uit hetgeen eiseres hierover heeft betoogd vloeit juist voort dat gedaagde zich hiervan niet bewust was en niet doorgrondde wie in welke hoedanigheid eiseres handelde.
De gemachtigde van gedaagde heeft er in dit verband op gewezen dat het door eiseres gebruikte briefpapier en de inhoud van de stukken dit alleszins verklaren. De rechtbank onderschrijft dit: er is onvoldoende duidelijk gemaakt wie in welke hoedanigheid tegenover gedaagde optrad.
Zo vermeldt de offerte van 12 april 2006 dat Eurolloyd Verzekeringen een voorstel doet en dat dit geaccepteerd kan worden door inzending van een akkoordverklaring, hoewel Eurolloyd Verzekeringen niet een handelsnaam is van een verzekeraar en ook geen bestaand persoon is. In de opdrachtbevestiging is vervolgens wel vermeld dat het risico zal worden ondergebracht, maar niet bij wie (‘verzekeraars’).
Uit de stukken die zijn ingebracht blijkt dat de daarop volgende ‘clienten-faktuur’ afkomstig is van Assurantiekantoor [B] BV en/of van EuroLloyd B.V. Verzekeringen, terwijl dit geen verzekeraar is, terwijl is vermeld dat het gaat om EuroLloyd verzekeringen.
Aldus is nergens vermeld dat het aanbod en de acceptatie er toe strekten en tot gevolg hadden dat er een verzekering bij Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. tot stand kwam. Dat kon nog wel uit de facturen achterhaald worden doordat daarop een polisnummer staat vermeld (V 502.218) als gedaagde dit legt naast een polis of polisoverzicht dat ook deze informatie bevat. Onder de stukken bevindt zich niet de polis maar wel een overzicht van 23 juli 2008 dat dit gegeven bevat.
Alles bijeengenomen is hiermee aan gedaagde echter niet voldoende duidelijkheid geboden over contractspartijen en hoedanigheden.
4.5. Aldus resteren twee mogelijkheden: ofwel geaccepteerd wordt dat een derde op eigen naam kan betaling kan vorderen uit hoofde van een overeenkomst tussen anderen welke bron is voor de plicht tot betalen zonder dat dit is overeengekomen, ofwel die derde vordert voor de rechthebbende.
4.6. De eerste mogelijkheid.
De rechtbank is van oordeel dat dit in de onderhavige zaak niet past bij hetgeen uitdrukkelijk is geregeld, en dat dit daarbij ook niet aansluit.
Eiseres is een assurantietussenpersoon op wie de Wet op het Assurantiebedrijf van toepassing is. Daarbij heeft de wetgever in artikel 14 als Pro aanvullende rechtsregel voorgeschreven dat de tussenpersoon voor de verzekeraar de incasso van de premies verzorgt (zoals aan de orde in HR 19 oktober 1979, NJ 1980/299). Uit hetgeen verder in dit artikel is geregeld blijkt dat de wetgever er vanuit is gegaan dat de tussenpersoon dit, conform de algemene regels van het overeenkomsten- en verbintenissenrecht, niet doet als gerechtigde tot de premies maar ten behoeve van de verzekeraar in diens naam. Het tweede lid van artikel 14 vermeldt Pro in onderdeel c dat de verzekeraar kan ingrijpen als de tussenpersoon in gebreke met tijdige afdracht van de premies die de tussenpersoon ‘namens de verzekeraar’ int.
4.7. De tweede mogelijkheid.
Om voor Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. als gevolmachtigde in rechte te kunnen vorderen is noodzakelijk dat de gevolmachtigde zich in die hoedanigheid stelt. Dat echter is niet geschied zodat de vordering niet kan worden toegewezen.
Ten overvloede zij hieraan toegevoegd dat eiseres heeft geweigerd haar volmacht aan te tonen ‘omdat deze niet openbaar is’. Daar mag eiseres voor kiezen maar in rechte voldoet dit niet.
Eiseres wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op:
- vast recht € 303,00
- overige kosten 9,08
- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief € 384,00)
Totaal € 1.080,08.
BESLISSING
De rechtbank
1. wijst de vorderingen af,
2. veroordeelt Eurolloyd B.V. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.080,08,
3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.J. Lennaerts en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2009.?