ECLI:NL:RBASS:2009:BH4263
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van huwelijksgoederengemeenschap en verknochtheid bij nalatenschap na overlijden erflater
Erflater was sinds 1988 gescheiden van zijn echtgenote maar bleef met haar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen tot zijn overlijden in 2003. Hij woonde samen met zijn levenspartner, eiseres, met wie hij ook het landgoed in Tsjechië bewoonde dat was ondergebracht in een Tsjechische vennootschap waarvan hij enig aandeelhouder was.
Eiseres vorderde onder meer dat de echtgenote geen aanspraak zou kunnen maken op de helft van de nalatenschap en dat het landgoed wegens verknochtheid buiten de huwelijksgoederengemeenschap zou vallen. De rechtbank stelde vast dat erflater en zijn echtgenote gehuwd waren in algehele gemeenschap van goederen en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een afwijking van artikel 1:100 BW Pro rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de aandelen in de Tsjechische vennootschap, gefinancierd met gemeenschapsgeld uit de verkoop van een boerderij, niet als privévermogen van erflater konden worden aangemerkt. Ook de omstandigheden rondom de samenwoning met eiseres en haar inbreng waren onvoldoende om verknochtheid aan te nemen.
De vorderingen van eiseres werden afgewezen en de rechtbank hield de zaak aan voor verdere procedurele stappen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E. van Rossum op 4 februari 2009.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de echtgenote recht heeft op de helft van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en dat de aandelen in de Tsjechische vennootschap niet als privévermogen van erflater zijn aan te merken.