ECLI:NL:RBASS:2009:BK3558
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak erfgenamen op uitbetaling niet genoten vakantiedagen bij overlijden werknemer
De zaak betreft de vraag of erfgenamen op grond van artikel 7:641 lid 1 BW Pro aanspraak kunnen maken op uitbetaling van niet genoten vakantiedagen van een overleden werknemer. De werknemer was op 27 juli 2008 overleden met een saldo van 526,98 niet opgenomen vakantie-uren. De erfgenamen vorderden betaling van dit saldo plus rente en incassokosten.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering op grond van artikel 7:641 lid 1 BW Pro pas ontstaat bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Omdat het overlijden van de werknemer tegelijkertijd het einde van de arbeidsovereenkomst betekende en de werknemer op dat moment niet meer in leven was, kon hij zelf geen aanspraak op uitbetaling verkrijgen. Hierdoor kon deze aanspraak ook niet op de erfgenamen overgaan.
De CAO regelt geen afwijkende situatie en bevestigt dat alleen het restant spaarsaldo van spaarverlof aan nabestaanden wordt uitbetaald, niet de niet genoten vakantiedagen. De kantonrechter benadrukt dat het doel van artikel 7:641 lid 1 BW Pro is om werknemers bij het einde van de arbeidsovereenkomst de mogelijkheid te bieden vakantie op te nemen bij een nieuwe werkgever, niet om uitbetaling aan erfgenamen te verschaffen.
Daarom worden de vorderingen van de erfgenamen afgewezen en worden zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de erfgenamen op uitbetaling van niet genoten vakantiedagen wordt afgewezen.