ECLI:NL:RBASS:2009:BK6135
Rechtbank Assen
- Kort geding
- R. Giltay
- H. Wolthuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing beslag wegens ongeloofwaardige verklaring over besteed bedrag
Eiser, die samenwoonde met zijn partner die als bewindvoerder in schuldsanering fungeerde, had bijna € 330.000 van beheerde boedelrekeningen onrechtmatig overgeboekt en contant opgenomen. Hij verklaarde dit bedrag aan een onbekende man te hebben gegeven voor een investering in Turkije, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Mr. Van Steen q.q., bewindvoerder, legde daarop executoriaal beslag op de arbeidsongeschiktheidsuitkering van eiser en op reeds geïncasseerde gelden, zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. Eiser vorderde gedeeltelijke opheffing van het beslag met toepassing van de beslagvrije voet.
De rechtbank oordeelde dat eiser ondanks zijn verklaring over het gebruik van het bedrag, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet meer over het geld beschikt. Daarom kan hij naar voorlopig oordeel nog rente genereren over het bedrag, wat leidt tot een nihil beslagvrije voet. De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beslag wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakt dat hij niet meer over het opgenomen bedrag beschikt.