ECLI:NL:RBASS:2010:BL6787
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Pauw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging concurrentiebeding wegens willekeurige toepassing en gebrek aan gerechtvaardigd belang
De ex-werkgever EGS vorderde betaling van een boete en naleving van een concurrentiebeding van vijf jaar tegen een ex-werknemer die bij een concurrent in dienst trad. De werknemer stelde het beding primair geheel te vernietigen met terugwerkende kracht en subsidiair te beperken tot één jaar of een billijke vergoeding te krijgen.
De kantonrechter oordeelde dat het niet nakomen van artikel 7:665a BW door EGS niet automatisch vereist dat het beding opnieuw schriftelijk wordt overeengekomen. Wel kan dit een rol spelen bij sancties. Verder bleek dat EGS het concurrentiebeding willekeurig toepaste: andere werknemers werden er niet aan gehouden of zelfs ontheven, terwijl EGS geen gerechtvaardigd belang had bij handhaving jegens deze werknemer. Dit mede gelet op de symbolische vergoeding voor goodwill bij de overname.
Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat de werknemer over bedrijfsgevoelige kennis beschikte of dat zijn vertrek schade veroorzaakte. EGS had ook niet adequaat opgetreden tegen andere overtreders. De kantonrechter vernietigde het concurrentiebeding met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2008 en wees de vorderingen van EGS af. EGS werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geheel vernietigd met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2008 en de vorderingen van EGS worden afgewezen.