ECLI:NL:RBASS:2010:BM0548
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag tijdelijke voogdij Bureau Jeugdzorg Drenthe en weigering ambtshalve ondertoezichtstelling minderjarigen
In deze zaak was Bureau Jeugdzorg Drenthe belast met de tijdelijke voogdij over vier minderjarige kinderen. De testamentair voogd had zich bereid verklaard de voogdij te aanvaarden en de man verzocht de rechtbank om Bureau Jeugdzorg te ontslaan uit de tijdelijke voogdij. Bureau Jeugdzorg voerde gemotiveerd verweer en verzocht subsidiair om ambtshalve ondertoezichtstelling van de kinderen en machtiging tot gesloten uithuisplaatsing van de oudste dochter.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de man tot ontslag van Bureau Jeugdzorg uit de tijdelijke voogdij niet kon worden afgewezen op grond van het feit dat de voogdij niet binnen de wettelijk gestelde termijn van twee weken na overlijden van de moeder was aanvaard. Ook kon de rechtbank niet ambtshalve de kinderen onder toezicht stellen, omdat de wettelijke voorwaarden daarvoor niet waren vervuld.
Hoewel Bureau Jeugdzorg zorgen uitte over de belangen van de kinderen bij ontslag uit de tijdelijke voogdij, achtte de rechtbank deze zorgen onvoldoende om het verzoek af te wijzen. De rechtbank besloot Bureau Jeugdzorg met ingang van de datum van de beschikking uit de tijdelijke voogdij te ontslaan, maar niet met terugwerkende kracht. Het verzoek tot machtiging tot gesloten uithuisplaatsing werd eveneens afgewezen.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak.
Uitkomst: Bureau Jeugdzorg Drenthe wordt ontslagen uit de tijdelijke voogdij over de minderjarigen en het verzoek tot ambtshalve ondertoezichtstelling wordt afgewezen.