ECLI:NL:RBASS:2010:BN8855

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
5 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
81247 - HA RK 10-89
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 GrondwetArt. 512 SvArt. 513 lid 4 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in tweede wrakingsverzoek tegen kantonrechter

Verzoeker heeft bij de rechtbank Assen een tweede wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die zijn strafzaak behandelt. Dit verzoek was gebaseerd op het standpunt dat de Hoge Raad het eerste wrakingsverzoek had moeten behandelen. De kantonrechter heeft aangegeven niet te berusten in de wraking en geen reactie te geven tenzij noodzakelijk.

De wrakingskamer heeft overwogen dat op grond van artikel 513 lid 4 Sv Pro een tweede wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die na het eerste verzoek bekend zijn geworden. In dit geval zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd.

De officier van justitie vond het niet nodig gehoord te worden omdat het wrakingsverzoek niet gebaseerd was op de zitting maar op procedurele gronden. De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk en bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn tweede wrakingsverzoek wegens gebrek aan nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ASSEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: 81247 / HA RK 10-89
Beschikking van de meervoudige kamer van 05 augustus 2010 op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 512 e.v. van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
[VERZOEKER],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
niet ter zitting verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van wraking d.d. 28 juli 2010, waaruit blijkt dat verzoeker de kantonrechter die de strafzaak van verzoeker behandelt, [de rechter], wenst te wraken;
- de reactie van [de rechter] d.d. 02 augustus 2010;
- de mondelinge behandeling van de wrakingskamer d.d. 05 augustus 2010.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
2. Het standpunt van verzoeker
Verzoeker heeft de kantonrechter gewraakt, omdat de rechtbank Assen volgens hem ten onrechte op zijn eerdere wrakingsverzoek heeft beslist. De Hoge Raad had op grond van artikel 1 Grondwet Pro op het wrakingsverzoek moeten beslissen.
3. Het standpunt van [de rechter]
[de rechter] heeft op 02 augustus 2010 telefonisch medegedeeld dat zij niet berust in de wraking, niet gehoord wil worden, tenzij dit nodig is voor een juiste beoordeling, en het niet nodig acht te reageren op het wrakingsverzoek.
4. Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft bij brief d.d. 04 augustus 2010 aangegeven het niet nodig te vinden om gehoord te worden, nu verzoeker zijn wraking niet heeft gebaseerd op de gang van zaken op de zitting waar zij officier was, maar op de grond dat de Hoge Raad het vorige wrakingsverzoek had moeten behandelen.
5. De beoordeling
Ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van de verdachte de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Verzoeker heeft op 10 juni 2009 in dezelfde zaak een verzoek om wraking ingediend van [de rechter], die toen als kantonrechter de strafzaak van verzoeker behandelde. Dit verzoek is bij beschikking van 07 juli 2009 door de wrakingskamer van de rechtbank te Assen ongegrond verklaard.
Op grond van het bepaalde in artikel 513 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering wordt een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
In dit tweede verzoek om wraking van [de rechter] worden geen feiten of omstandigheden voorgedragen, die na het eerdere verzoek om wraking aan verzoeker bekend zijn geworden en die aanleiding zouden kunnen vormen voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit het voorgaande volgt dat dit tweede verzoek om wraking van [de rechter] niet inhoudelijk in behandeling kan worden genomen.
6. Slotsom
Op grond van het vorenstaande zal de wrakingskamer van de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
BESLISSING
De rechtbank:
1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
2. bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
3. beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoeker, de rechter [de rechter] en het Openbaar Ministerie.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Läkamp, mr. J. van der Vinne en mr. B.I. Klaassens, bijgestaan door mr. W. Huizing, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 05 augustus 2010 en door mr. E. Läkamp en de griffier ondertekend.