ECLI:NL:RBASS:2010:BO3318

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
5 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.605990-09
Instantie
Rechtbank Assen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 27 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak masseur ontucht met patiënte wegens onvoldoende bewijs

De verdachte, werkzaam als (sport)masseur, werd beschuldigd van ontuchtpleging met een patiënte gedurende de periode van juni 2007 tot februari 2008. De tenlastelegging omvatte diverse handelingen zoals het betasten en kussen van de borsten, het inbrengen van vingers en penis in de vagina en mond, en andere seksuele handelingen.

Tijdens de terechtzitting op 22 oktober 2010 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was, de rechtbank bevoegd was en de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was. Behalve de verklaring van de aangeefster waren er alleen auditu getuigenverklaringen die terug te voeren waren op diezelfde verklaring. De verklaring van de verdachte kon niet als steunbewijs dienen omdat hij massages gaf in het kader van behandeling. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij.

Het vonnis werd uitgesproken op 5 november 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Assen.

Uitkomst: De rechtbank sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19.605990-09
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 05 november 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte],
[geboortedatum] 1946,
[adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 22 oktober 2010.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Y. Kikkert, advocaat te Assen.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de
periode van 14 juni 2007 tot en met 22 februari 2008 te [pleegplaats], (telkens)
terwijl hij toen (als (sport)masseur) werkzaam was in
de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met
[aangeefster], die zich (telkens) als patiënt en/of cliënt aan verdachtes
hulp en/of zorg had toevertrouwd, (telkens) hierin bestaande dat verdachte
- de borsten van [aangeefster] heeft betast en/of
- de vagina van [aangeefster] heeft betast en/of
- de borsten van [aangeefster] heeft gekust en/of
- een of meer van zijn vingers in de vagina van [aangeefster] heeft
geduwd/gebracht en/of
- zijn penis in de mond van [aangeefster] heeft geduwd/gebracht en/of
- zijn penis in en/of tegen de vagina van [aangeefster] heeft
geduwd/gebracht en/of
- de vagina van [aangeefster] heeft gelikt en/of
- zich door die [aangeefster] heeft laten aftrekken/bevredigen en/of
- de billen van [aangeefster] heeft betast;
art 249 lid 2 ahf Pro/sub 3 Wetboek van Strafrecht
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie mr. C.C. Westerling-Diderich acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
* 8 maanden gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht,
waarvan 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank acht onvoldoende wettig bewijs aanwezig, nu behoudens de verklaring van aangeefster, er zich alleen de auditu getuigenverklaringen in het dossier bevinden, die allemaal zijn te herleiden tot dezelfde bron, namelijk de verklaring van aangeefster. De verklaring van verdachte kan in casu ook niet als (steun)bewijs meewerken, nu verdachte in het kader van behandeling, aangeefster massages gaf.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter en mr. B.I. Klaassens en mr. J.M.M. van Woensel, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 05 november 2010.