ECLI:NL:RBASS:2010:BP1654
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gezagsverdeling tussen vader en grootmoeder na overlijden moeder
De moeder, die eenhoofdig gezag had over de minderjarige, is overleden op 21 augustus 2010, waardoor een gezagsvacuüm ontstond. De vader, die de minderjarige heeft erkend, en de grootmoeder moederszijde hebben zich bereid verklaard gezamenlijk het gezag te dragen. De minderjarige was onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst bij de grootouders.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht primair om gezamenlijk gezag voor vader en grootmoeder, subsidiair alleen voor vader. De rechtbank oordeelde dat de Raad niet ontvankelijk was in het primaire verzoek omdat alleen de met gezag belaste ouder en een ander in nauwe persoonlijke betrekking dit kunnen aanvragen. Desondanks vond de rechtbank dat het belang van de minderjarige gediend is met gezamenlijk gezag.
De rechtbank stelde vast dat de vader in staat is tot verzorging en opvoeding en dat het verzoek strookt met de wensen van beide partijen en het belang van het kind. Daarom werd het gezag gezamenlijk aan vader en grootmoeder toegekend. Deze beslissing werd uitgesproken op 3 november 2010.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag over de minderjarige wordt toegekend aan de vader en grootmoeder moederszijde.